|
UIT OVER- TUIGING Het attitude- |
Is de keuze om een veganist te worden een rationeel beslissingsproces? Als zoveel mensen tegen dierenmisbruik zijn, waarom zijn dan niet meer mensen veganist? Is veganisme alleen maar het nalaten van dierengebruik of levert het de veganist zelf ook nog wat op? Waarom voelen vleeseters zich zo snel aangevallen?
Beslissen als afwegen van voor- en nadelen
Achter elke menselijke beslissing zit een afwegingsproces, waarvan overigens niet iedereen de afwegingen logisch zal vinden. Wat je vandaag zult gaan eten, of je jezelf veganist noemt, is het resultaat van een beslissingsproces van afwegingen, meestal heel kort durend, maar op de lange termijn soms leidend tot andere besluiten.
Wat voor de ene persoon een belangrijke emotie is, is voor de ander een irrationele dwaling. Toch kunnen we de emotie zien als een factor die meeweegt in een beslissing om iets te doen of te laten.
In dit essay beschrijven we het eetgedrag van de mens als liggend op een continuüm (lijn) van meer, via minder naar helemaal geen diergebruik. Aan de ene kant van dit continuüm liggen de zelfzuchtige overwegingen, bijvoorbeeld “vlees is lekker en gezond en dat daarvoor dieren moeten lijden, daar heb ik geen last van”. Aan de andere kant van het continuüm liggen er de altruïstische overwegingen van de veganist die zo min mogelijk gebruik wil maken van dieren, zelfs niet of nauwelijks indirect zoals sommige vegetariërs nog wel willen toelaten.
Meer en minder belangrijke factoren in de beslissing
Een belangrijk nadeel voor veganisten is het geringere aantal keuzes om aan eten te komen. Een belangrijk voordeel is een geruster geweten, maar dit kan ook als een vorm van egoïsme worden gezien.
Spirituele en gezondheidsoverwegingen kunnen redenen zijn om van diergebruik af te zien, maar kunnen ook weer komen te vervallen als de overtuigingen wijzigen. Iemand kan allergisch zijn en daarom geen vlees meer eten. Hij kan ook geen hormonen of minder vet willen eten. Het zijn egoïstische redenen, die niet echt te maken hebben met het welzijn van dieren.
Belangrijke factoren die beslissingprocessen in het algemeen beïnvloeden zijn informatie, verantwoordelijkheid en effectiviteit. Wie niet weet wat er in de voedselindustrie omgaat en onwetend is van het dierenmisbruik daarbij, zal niet snel geneigd zijn om in zijn eetgedrag het vlees laten staan. Je moet dus weten en begrijpen hoe jouw eten geproduceerd wordt, je moet ook begrijpen dat het ook anders kan. Als je denkt dat het alleen maar op deze manier geproduceerd wordt of als je denkt dat vlees onmisbaar is voor de gezondheid kom je niet snel op het idee om te zoeken naar alternatieven.
Ook moet je je verantwoordelijk voelen voor de effecten die je eetgedrag heeft op het lijden van het dier. Voel je dat niet dan kan het zijn dat je wel de negatieve effecten ziet, maar niet je eetpatroon daaraan aanpast.
Iets dergelijks geldt ook voor de effectiviteit van je eigen gedrag. “Kan ik er wat aan doen en maakt mijn bijdrage iets uit?” zijn de vragen die mensen zich stellen. De massaliteit van vleeseetcultuur werkt negatief op de invloed die het individu voor zichzelf ziet om iets aan misstanden te verbeteren.
Naast de gewone afweging van voor- en nadelen van een bepaald eetgedrag speelt de omgeving in de vorm van sociale norm een rol. Een rol die nog duidelijker wordt als men zich als veganist kenbaar maakt. Mensen kunnen bevestigend of aanvallend reageren. Deze aanval vanuit de omgeving hoeft niet te betekenen dat men het niet eens met de veganist. Het kan ook betekenen dat iemand zich onbewust realiseert dat hij zelf tekort schiet. Om dit tekortschieten te maskeren gaat men dan in de aanval. Dat maakt het vooral voor veganisten lastig om de reacties van anderen op hun waarde te schatten.
Samengevat in een model
Al deze overwegingen hiervoor beschreven zijn onderdeel van het attitude-gedragsmodel,
bekend en vaak gehanteerd in de psychologie om het menselijk gedrag begrijpelijk
te maken.
Schematisch en in stappen:
1. Kennis en begrip van misstanden zetten mensen aan het denken ofaan het voelen.
2a. Voor- en nadelen van het huidige eetgedrag en van alternatieven die men ziet worden meer of minder bewust afgewogen.
2b. De mening van belangrijke anderen uit de omgeving (bijvoorbeeld partner, buren, ouders, overheid) wordt ingeschat of nagevraagd en wordt eveneens afgewogen.
3. Indien de afweging gunstig uitvalt voor een alternatief gedrag, zal men voor zichzelf de intentie uitspreken om dat alternatieve gedrag te vertonen.
4. Een mening wordt gevormd over de eigen verantwoordelijkheid en effectiviteit. Als dat ook positief uitvalt, dan is de kans groot dat men het gedrag verandert. Als de overweging niet positief uitvalt, dan wijzigt men niet zijn opvattingen, maar doet men er alleen niets mee.
5. Mensen die besluiten om het alternatieve gedrag uit te proberen, doen daarmee ervaring op en dit leidt weer tot aanpassing van de (afweging van de) overwegingen achter de beslissing.
Het op de hoogte zijn van misstanden uit de bio-industrie hoeft dus niet altijd te leiden tot de keuze om veganist te worden, vooral niet als de afweging van voor- en nadelen ongunstig uitvalt. Dit kan bijvoorbeeld doordat men denkt dat veganistisch eten niet lekker smaakt, het allemaal toch niet helpt, men bang is voor de mening van anderen, men vindt allereerst dat de overheid moet ingrijpen.
Het beïnvloeden van de beslissing van anderen
Voor wie als veganist anderen wil overtuigen is het belangrijk om te weten hoe de ander staat in dit beslissingsproces. Is de ander juist geïnformeerd? Is iemands gedrag consequent en in lijn met zijn opvattingen? Indien niet, dan is de kans groot dat de ander zich aangevallen voelt als daarmee geconfronteerd wordt en zelf in de aanval zal gaan. In dat geval is het de kunst om met een open houding en door veel bevestigen van de ander om een sfeer te scheppen waarin de ander zich veilig voelt om zijn twijfels op tafel te leggen.
Sociale normen en druk werken voor jong en oud. Zoals bekend is de rol van de ouders daarin tweeledig. Als de puber zich wil afzetten tegen zijn ouders, dan doet hij het tegenovergestelde. Is de verhouding beter dan neemt hij de eetgewoontes over.
‘Role models’ zijn personen die voor anderen een belangrijke voorbeeldfunctie kunnen vervullen. In de jongerencultuur kennen we de straight-edgers, die naast een veganistische en overigens sobere levenswijze ook bepaalde muziekvoorkeuren delen. Aan de andere kant werkt een te sterke opvallendheid tot stigmatiseren die remmend kan werken op het overnemen van opvattingen. (Een hanenkam wordt niet snel serieus genomen door een mantelpak.) Iemand veganist ‘maken’ is vrijwel onmogelijk.
Het is gemakkelijker om de mensen er bewuster van maken dat je niet zo maar en schaamteloos gebruik van dieren kunt maken. Het heeft geen zin om te proberen een ander persoon over te halen om veganistisch te leven als de afstand met dier ander erg groot is. Wat dat betreft moet een veganist zich in eerste instantie bedenken, dat hij of zij misschien wel gelijk heeft, misschien ook nog wel krijgt, maar dat er in de maatschappij van dit moment erg weinig factoren zijn die een veganistische levenswijze aantrekkelijk maken. Een portie geduld (bewaren) is essentieel.
Deel uitmaken van een groep maakt je overtuiging sterker. In dat kader werkt Gezond Idee! ondersteunend voor het veganisme.
Bert Stoop is initiatiefnemer en ‘webmaster’ van de Internetsite Animal Freedom, een pleidooi voor het recht op vrijheid van dieren.
URL: http://www.animalfreedom.org