Is de Holocaust een bruikbaar model voor de uitbuiting van dieren?

door Titus Rivas

Het vergelijken van de bioindustrie met georganiseerde massamoorden op mensen uit de menselijke geschiedenis stuit vaak op grote weerstand. Vooral de vergelijking met hét icoon van recente intermenselijke waanzin bij uitstek, de Holocaust, levert verhitte debatten op waarbij emotie en ratio vaak rollebollend over de vloer gaan. Er zijn wel degelijk rationele bezwaren tegen dergelijke vergelijkingen. Maar zijn die ook steekhoudend?

Aan het einde van de 20e eeuw was er veel te doen rond de Engelse illegale organisatie “Animal Liberation Front” (ALF) en het daarop gebaseerde Nederlandse “Dieren Bevrijdings Front” (DBF). Het ging om twee strijdbare groeperingen die ongetwijfeld veel goeds hebben gedaan voor individuele dieren, ook al zijn hun acties wellicht soms wat te onbezonnen geweest. Ik heb zelf een keer aan een actie van het DBF deelgenomen en tijdens een vakantie in Londen een interview afgenomen aan leden van het ALF. Dit maakt me zeker nog geen echte insider, maar toch heb ik enkele ideeën opgepikt die in deze organisaties gangbaar waren en in die tijd ook ruimer ingang vonden. Een van die ideeën luidde dat de systematische exploitatie van dieren vergelijkbaar is met wat de nazi’s de Joden en andere groeperingen zoals de Zigeuners en homo’s aandeden tijdens de Holocaust. Jarenlang hing er bij mij zelfs een een afbeelding aan de muur van een ware dierenbeul met een knuppel in zijn hand die enkele koeien opdreef en daarbij de tekst “Factory farms are concentration camps for animals”. Nu is er ook bij mij zonder meer een emotionele associatie tussen de stelselmatige verkrachting van dierenrechten in de bio-industrie en de fascistische concentratiekampen. In allebei de gevallen gaat het immers om een meedogenloos, consequent gebrek aan respect voor gevangen gehouden levende wezens die na een periode van mishandeling vermoord worden. Toch heb ik vaak kritiek gekregen op het genoemde bord. Men vond de vergelijking misplaatst en een miskenning van de gruwelijke trauma’s die Joodse en andere slachtoffers tijdens de Shoah hebben opgelopen. In dit stukje wil ik daarom verkennen in hoeverre de vergelijking opgaat en daarmee ook in hoeverre de Holocaust als model kan dienen voor de uitbuiting van dieren.

Vergelijkingen
Vooropgesteld zij daarbij dat alle metaforen op een of ander punt mank lopen. Als je een verschijnsel vergelijkt met een ander verschijnsel zijn er naast overeenkomsten immers ook altijd verschillen, tenzij het zou gaan om precies hetzelfde fenomeen onder twee verschillende namen. Als de vergelijking dus perfect is, dan zijn de verschijnselen in feite identiek, en dan is er geen sprake meer van een vergelijking tussen twee dingen, maar alleen van het ontdekken van twee synoniemen. Het is daarom goedkoop om de bruikbaarheid van het model van de Holocaust voor de uitbuiting van dieren bij voorbaat af te wijzen omdat de twee fenomenen van Holocaust en uitbuiting van dieren verschillend ziin. Dat is immers altijd zo bij vergelijkingen of analogieën. Het gaat er daarentegen om of de verschijnselen op bepaalde cruciale punten overeenkomen, d.w.z. punten waarop je een verwantschap wil aantonen. De Holocaust lijkt zoals gezegd in een ruime zin zeker verwant aan de exploitatie van dieren en dat maakt het interessant om te kijken hoever die verwantschap gaat. Ik zal daarom eerst kijken naar de verschillen en dan pas de overeenkomsten nader belichten.

Verschillen
De Holocaust wordt, verdwaasde revisionisten daargelaten, algemeen beschouwd als een van de gruwelijkste gebeurtenissen binnen de recente West-Europese en wereldgeschiedenis. Dit wil zeker niet zeggen dat er geen vergelijkbare misdaden zijn gepleegd in de 20e eeuw, laatst staan in de eeuwen daaraan voorafgaand. Je hoeft geen historicus te zijn om een notie te hebben van grootschalige slachtingen onder Prairie-Indianen, Armeniërs of Kosovaren. Al deze en andere voorbeelden van genocide worden niet alleen bepaald door economische belangen, maar evenzeer door een of andere vorm van rassenwaan, waarbij de ene menselijke groepering de andere als minderwaardig beschouwt en daarbij een etnisch of (pseudo-)fysisch-antropologisch criterium hanteert. Er zijn echter ook minstens twee belangrijke verschillen tussen de Holocaust en andere vormen van genocide. Nooit eerder in de moderne geschiedenis was genocide zozeer officiële staatspolitiek en nooit tevoren werden de verworvenheden van de industriële revolutie daarbij in die mate systematisch ingezet voor een zo snel en efficiënt mogelijke uitvoering van die moorddadige politiek1. Een Amerikaanse generaal kon de uitspraak doen “de enige goede Indiaan is een dode Indiaan”, maar zijn tegenstanders belandden niet zo maar in de cel, iets wat wel aan de orde was in Hitler-Duitsland. Om het anders te zeggen, wederom met een metafoor trouwens, de massa-moordenaar Dritte Reich was verder heen in zijn rassenwaan, en besteedde meer energie aan het uitvoeren van zijn ‘intelligente’ moordplan dan andere, vergelijkbare massamoordenaars. Nu hebben we dus een aantal verschillen vastgesteld tussen de Holocaust en andere volkerenmoorden. Maar waarin verschilt de Holocaust van de uitbuiting van dieren?
Natuurlijk allereerst in het feit dat het bij de Holocaust om mensen gaat, en bij het andere fenomeen om niet-menselijke dieren. Maar dit is geen relevant verschil voor iemand die zich, zoals wij allemaal, verzet tegen het speciesisme, dat wil dus zeggen tegen de discriminatie op basis van diersoort. Daarmee is het meest voorkomende punt van kritiek op de metafoor al meteen van de baan. Het vormt met andere woorden geen houdbaar argument dat dieren geen mensen zijn en daarmee de Holocaust geen goed model kan zijn voor de exploitatie van dieren.
Er is echter een veel minder triviaal verschil. Bij de Holocaust ging het weliswaar ook om economische uitbuiting van concentratiekampgevangenen in verschillende vormen van industrie, om de vervaardiging van ‘menselijke’ produkten als lampekappen en zeep, om het trekken van gouden tanden, om massale roof van persoonlijke bezittingen zoals geld, huizen, juwelen, kunstobjecten, kleding, brillen, schoeisel, etc., maar dit waren toch allemaal bijverschijnselen van de ‘Endlösung’, die immers neerkwam op de totale uitroeiing van hele volkeren en bevolkingsgroepen. Moord was geen middel maar doel op zich. Het ging erom dat Joden en andere ‘Untermenschen’ definitief (‘restlos’) werden opgeruimd, net als de gemeentereiniging dat zou doen met ‘ongedierte’ zoals wilde ratten. Er was in de nazi-propaganda ook sprake van expliciete uitbeelding van Joden als een verwoestende en ziekmakende rattenplaag. Cynici zullen hier misschien tegen inbrengen dat het beleid van de Holocaust slechts zo werd voorgesteld en dat het in feite toch alleen maar ging om materiële belangen en macht, maar het lijkt me duidelijk dat het de ‘echte’ nazi’s (Adolf Hitler voorop) wel degelijk te doen was om een demonisch geloofssysteem met lugubere racistische idealen. Hier is nu werkelijk geen sprake van bij de uitbuiting van dieren. Zelfs in het geval van excessen als stierengevechten staat de moord op de betrokken dieren als zodanig niet centraal, maar gaat het om het ‘genoegen’ dat het publiek aan die in ‘esthetische’ fasen voltrokken moord beleeft. In die zin is het zelfs ‘jammer’ voor de toeschouwers als het dier te snel wordt vermoord!
Ook individuele nazi’s waren vaak sadistisch, maar toch zeker niet altijd. In de meeste gevallen ging het eerder om het trouw naleven van een ideologisch programma, ook als dit de persoon zelf moeite kostte. Himmler heeft zelfs een bewaard gebleven rede gehouden2 waarin hij expliciet beweert (en niet zonder overtuigingskracht) dat hij helemaal geen persoonlijk genoegen beleefde aan de Endlösung, maar dat hij die uitsluitend ervoer als plicht om die ‘oplossing’ ondanks zijn eigen weerzin geheel en al tot voltooiing te brengen, inclusief de moord op vrouwen en kinderen. Kinderen droegen immers het zaad in zich van de grote vijand, het Joodse volk. Zelf ben ik er daarom zeker van dat de Holocaust niet primair werd ingegeven door sadisme of roofzucht maar in plaats daarvan voortkwam uit een extreem doorgevoerd en als heilig ervaren racisme. Voor sommigen zal dit waarschijnlijk moeilijk te verteren zijn, omdat zij zo’n grote misdaad liever willen toeschrijven aan massale slechtheid dan aan ideologische waan.

Overeenkomsten
Er bestaat volgens mij zoals gezegd een belangrijk verschil tussen de Holocaust en de systematische exploitatie van dieren. Maar er zijn ook overeenkomsten die je niet zo maar over het hoofd mag zien. Dit wordt alleen al duidelijk door het gebruik van veewagens bij de deportatie van de menselijke slachtoffers die zoals het woord al aangeeft alles te maken hebben met speciesisme. Dieren ‘reizen’ ook in 2000 nog meestal allesbehalve comfortabel. Ook gebruikten de nazi’s ‘Untermenschen’ en hun lichaamsdelen voor medische experimenten en voor de reeds genoemde produktie van gebruiksvoorwerpen. De proeven op mensen waren daarbij overigens over het algemeen niet alleen zeer wreed, maar ook methodisch en theoretisch slecht onderbouwd, maar dit geldt in een belangrijke mate ook voor veel dierexperimenten. Net als veel kippen, melkkoeien, schapen en dergelijke in de veeteelt werden ook gevangenen met een meer dan gemiddelde conditie voorts korter of langer ingezet voor slavenarbeid. Net als in het geval van de routineuze en steeds terugkerende selectie van minder productieve, zwakke gevangenen in de kampen, worden te laag scorende en zieke dieren in de veeteelt door artsen ter dood veroordeeld. In beide gevallen is er ook sprake van methoden van eliminatie die zo efficiënt mogelijk zijn en vooral de beul of slachter zelf zo min mogelijk confronteren met de morele en emotionele lading van de telkens weer herhaalde misdaad3. Het ‘opruimen’ van stoffelijke resten gebeurt in beide gevallen ook even massaal. Op dit punt zijn de visuele overeenkomsten tussen het vernietigen van (mogelijk) besmette varkens en van lijken van vergaste Joden onmiskenbaar. Ook de grootschaligheid van de misdaad, de concentratie van veel slachtoffers binnen zeer kleine ruimtes en de onhygiënische en onleefbare omstandigheden vallen in beide gevallen in het oog. Tot slot voerden de nazi’s een meer of minder doorzichtige komedie op voor humanitaire organisaties (b.v. in Theresienstadt) die doen denken aan ‘vrolijke’ reclamespots voor melk of leugenachtige verklaringen over de diervriendelijkheid van bepaalde produktiesystemen.

Conclusie
Er is zeker een belangrijk verschil tussen aan de ene kant de Holocaust en de manier waarop de nationaal-socialisten hun slachtoffers bejegenden en aan de andere kant de wijze waarop dieren worden mishandeld in de speciesistische maatschappij. Er zijn echter nog veel meer overeenkomsten aan te wijzen.
Met andere woorden: het ligt er zoals bij alle metaforen maar net aan, op welke aspecten we ons willen concentreren. Indien we ons verdiepen in de intentie van de beulen, loopt de analogie meteen mank, maar wanneer we ons richten op oogpunten als koel berekende massamoord, stelselmatige uitbuiting en schaamteloze hypocrisie dan zijn de overeenkomsten dusdanig dat men bijna automatisch een link legt tussen beide verschijnselen. In die opzichten zijn ‘factory farms’ bijvoorbeeld dus zeker goed te vergelijken met de nazi-concentratiekampen.
Dat neemt aan de andere kant niet weg dat er als je primair kijkt naar de ideologische opzet van de speciesistische realiteit betere analogieën te vinden zijn. Bijvoorbeeld met de 18e en 19e eeuwse slavernij in de Verenigde Staten, de internationale vrouwenhandel of de gedwongen kinderprostitutie. Het is echter zonder meer speciesistisch om bij voorbaat elke associatie tussen de Holocaust en de exploitatie van dieren principieel van de hand te wijzen. Gelukkig wordt dit ook beseft door overlevenden van de Shoah die zelf vegetariër zijn geworden doordat ze als weinig anderen ten volle doorleefd hadden wat het kan betekenen als mensen de belangen van anderen fundamenteel miskennen.

De Holocaust is een metafoor voor uitbuiting en mishandeling van dieren maar tijdens de Holocaust zelf zijn er natuurlijk ook associaties opgetreden met die uitingen van speciesisme. Zo vergeleken de nazi’s de uitroeiing van Joden met het vernietigen van een rattenplaag. Concentratiekampgevangenen werden tijdens hun detentie vernederd door hen te vergelijken met (‘onreine’) varkens. Bij deportaties werden slachtoffers in (vee)wagons gepropt ‘als beesten’. Theodor Adorno spreekt van ‘Menschenschlachthäuser’. Een associatie met de plezierjacht zien we in de Engelse editie van ‘Shoah’ van Claude Lanzmann (blz. 9-10). Lanzmann vraagt daarbij aan een getuige, Jan Piwonski:
“- Is there still hunting here in the Sobibor forest?
- Yes, there are lots of animals of all kinds.
- Was there hunting then?
- Only manhunts. Some victims tried to escape. But they didn’t know the area. (...) There was a time when it was full of screams and gunshots, of dogs barking (...).” (4)



1 Naar het schijnt werden daarbij de ‘mogelijkheden’ niet helemaal benut, maar dit neemt niet weg dat men in ieder geval de intentie had om dat wel te doen en dat ook zeker ten dele gedaan heeft.
2 Ik heb een deel daarvan gehoord bij een aflevering van een serie over de handlangers van Hitler op Discovery Channel.
3 Een pikant detail in dit verband is dat volgens een tv-documentaire de verantwoordelijke voor een van de crematoria vroeger gediplomeerd slachter was.
4 Vertaling:
- Wordt er nog steeds gejaagd in de bossen bij Sobibor?
- Ja, er zijn hier een heleboel dieren van allerlei soorten.
- Werd er toen ook gejaagd?
- Alleen op mensen. Sommige slachtoffers probeerden te ontsnappen. Maar ze kenden het gebied niet. (...) Er is een tijd geweest dat er hier veel gegil en geweerschoten, en blaffende honden te horen waren (...).