De veganistische tuin het jaar rond

Door Harrie Wagemakers en Maria Evelein

In het vorige artikel in het zomernummer van Gezond Idee! hebben jullie kunnen lezen over het vormgeven van een veganistische tuin met stropaden en het inzaaien van groenbemesters en basisgroenten. In dit stuk besteeden we aandacht aan het mulchen, het onderhoud en de keuze van de groenten.

Mogelijke teelten
Wanneer je veganistisch wilt tuinieren, is de aandacht voor de bodem en de toevoeging van plantaardig mulchmateriaal belangrijk. De bodem dient een goede structuur en voldoende voedingsstoffen te hebben. In je teeltplan is het handig wanneer je bij de teelt ook de wijze van bemesting aangeeft. Niet elke teelt heeft dezelfde hoeveelheid voedingsstoffen nodig.

Methode Langerhorst
In de Gertrud Franck Methode alsook bij de methode Langerhorst worden er teelten opgezet met een hoofdteelt, tussenteelt en bijteelt. Respectievelijk A-, B- en C-rijen. De A-rijen zijn de teelten die tot lang in het seizoen staan, zoals aardappels, courgettes, stokbonen, tuinbonen, koolsoorten en knoflook. Deze zijn groot van blad en vragen tijd om te groeien. B-rijen zijn relatief kortere teelten, die eventueel een nateelt krijgen (bieten, pootuien, vroege kool). C-rijen, zoals radijs, raapsteel en sla, zijn kortere teelten die afgewisseld kunnen worden. Je kunt in het eerste jaar kiezen voor kortere teelten en als nateelt een groenbemester zaaien. Wikke is hiervoor zeer geschikt. Het geeft je iets meer overzicht en je bodem kan wennen aan de nieuwe teeltwijze.

Keuze van teelten
Je keuze van teelten ligt aan je eigen smaak. Basisgroenten zoals wortels, ui, pastinaken, sla en tuinbonen kunnen op elke bodem worden geteeld. Zelf kweken we verschillende soorten sla op, verspenen ze in potjes en planten ze later uit. Sla is goed toe te passen in de mengcultuurtuin. Sla verdraagt het echter niet om twee keer op dezelfde rij te groeien. Na de oogst van de eerste sla - na ongeveer 8 à10 weken - kun je bijvoorbeeld stambonen zetten. Pluksla is een prettig gewas. Zaai om de 2 à 3 weken een rijtje pluksla en je hebt een heerlijke malse sla voor een groot deel van het seizoen.

Voeding voor de conditie van de bodem
De voeding van de bodem komt boven aan je tuinplan. Bekijk eerst de geschiedenis van de bemesting van je stuk grond en de omstandigheden die invloed hebben op het gewas, zoals de huidige begroeiing, vochtigheidsgraad en hoeveelheid schaduw. Afhankelijk hiervan bepaal je welke stappen voor dit specifieke stuk grond nodig zijn. Voor de winter en door het jaar heen kun je steeds wat mulch aanvoeren. Mulch is toegevoegd plantmateriaal, zoals klaver en snoeimateriaal, dat de bodem bedekt en terplaatse verteert. Omdat klaver veel stikstof toevoegt aan de bodem hebben wij een aantal stukjes grond hiermee ingezaaid. Verder maaien we brandnetels uit de berm en verzamelen takkenmateriaal van struiken en hagen. De brandnetels kunnen als mulchmateriaal worden gebruikt voor de aardappels, uien, kolen, pompoen, bonen of maïs. Gevoelige groentesoorten zoals wortels, pastinaken en sla hebben niet zo graag mulch dichtbij, deze kun je tussen de teelten - op de zogeheten mulchrijen - leggen. De klaverpaden dienen als mulchmateriaal, om de 4 à 5 weken kun je het pad weer korten door de klaver weg te ritsen. Dit materiaal leg je ook weer op de mulchrijen.

(bonenhutje begroeit met bonen)

Mineralen toevoegen
In de veganistische tuinbouw wordt er gewerkt met toevoegingen van mineralen in de vorm van zeewierkalk, gesteentemeel (basalmeel) en houtas. Zeewierkalk maakt de bodem basisch (neutraliseert wanneer de bodem verzuurd is; dit is speciaal nodig wanneer er voorheen veel kunstmest is gebruikt). Gesteentemeel verbetert de structuur van de bodem (vooral losse zandgrond). Houtas voegt extra zouten toe (kalium). Je kunt deze mineralen stapsgewijs aan de bodem toevoegen. Voor de teelten die meer bemesting vragen, zoals kolen, pompoen, maïs en knoflook, voeg je om de twee maanden een kleine hoeveelheid zeewierkalk, gesteentemeel en houtas toe. Met houtas moeten we extra voorzichtig zijn, een teveel hiervan veroorzaakt ziekten en tast de planten aan.

Basisplan
Maak aan de hand van je basisplan een indeling. Bijvoorbeeld bieten, sla, bonen, wortels, ui en afrikaantjes (afrikaantjes ontsmetten de bodem). Bij de teelten schrijf je tegelijkertijd welke groenbemester je gaat gebruiken, bijvoorbeeld spinazie of mosterd. Zorg er altijd voor dat je ook een plan voor de nateelt incalculeert, zoals wikke, inkarnaatklaver, bloemen of wilde planten. Het bonenhutje is een kroon op je tuinwerk. De vorm hiervan en de afwisseling van klaver met bonen, maakt het een heerlijke uitrustplek die niet weg te denken is uit onze tuin.

Volgende keer: opeenvolging van je gewassen, kruiden-, bloemen- en groentetuin, buurtbewoners, wilde planten, bodemthee en het drogen van kruiden.