Boekbespreking
door: Marlies de Jonge
|
"Save the Animals" van Ingrid Newkirk Uitgegeven door Harper Collins (UK) 1991 (engelstalig) |
![]() |
'Save the Animals' is een praktische handleiding om de wereld diervriendelijker
te maken. Het boek wordt aangeprezen door niemand minder dan Peter Singer en
Linda McCartney. Dit zorgt voor hoge verwachtingen waar helaas niet volledig
aan wordt voldaan. In totaal bestaat het werk uit vele korte hoofdstukken van
elk ongeveer vier bladzijden. Elk hoofdstuk begint met één of
meer citaten, vervolgens een schets van het probleem, dan wat je als individu
kunt ondernemen om tot een oplossing van het probleem te komen en tenslotte
enkele literatuurverwijzingen. Kort en bondig allemaal en over het algemeen
vrij helder beschreven.
Een probleem dat bijvoorbeeld wordt besproken, is dat veel afval een gevaar
vormt voor dieren: antivries is giftig, in plastic kunnen ze stikken en aan
scherpe randen van blikjes kunnen ze hun tong snijden als ze er wat uit proberen
te likken. Puntsgewijs worden oplossingen gegeven als: geen afval laten slingeren,
elk terrein behandelen alsof je de beheerder ervan bent en dus de rondslingerende
rotzooi opruimen en geen helium gevulde ballonnen oplaten (kunnen door waterbewoners
als ze in het water belanden worden aangezien voor voedsel). Andere problemen
die aan bod komen zijn dierproeven, melkconsumptie, vlees eten, consumeergedrag,
(verre) reizen en het houden van huisdieren.
Doorgewinterde veganisten zullen in dit boek weinig nieuws tegenkomen, al zijn
sommige tips wel origineel. Om dieren een stem te geven, geeft de auteur een
voorbeeld van een tekst die je op je antwoordapparaat kunt zetten: "Ik
kan nu de telefoon niet aannemen want ik ben diervriendelijke boodschappen aan
het doen. Wilt u een lijst ontvangen met diervriendelijke producten, laat dan
na de pieptoon uw naam en adres achter". Hiermee breng je dierenleed onder
de aandacht. Hiertoe kun je ook op je werk aandringen op vegetarische/ veganistische
hapjes in de kantine, een button dragen met teksten als "Meat is murder"
en naar radioprogramma's bellen die luisteraars aan het woord laten en daar
- of het onderwerp nu gezondheid, voeding of zelfs seks is - dieronvriendelijk
gedrag aan de kaak stellen.
De auteur is duidelijk een voorstander van een sober leven en gelooft zeer sterk
in de macht van de rede. Taal opschonen van dieronvriendelijke termen en vergelijkingen
('vies varken' niet meer gebruiken als scheldwoord en niet langer van 'baasje'
of 'eigenaar' spreken maar van 'huisdier' of 'gezelschap') verandert uiteindelijk
de houding van mensen ten opzichte van dieren. Goed weten waar en hoe dieren
worden misbruikt, maakt dat je anderen makkelijker kunt overtuigen. De boodschap
die het boek uitdraagt, is niet zo radicaal dat je alle tips per se zou moeten
opvolgen. "Alle beetjes helpen" spreekt uit het voorwoord. En alles
wat iemand consumindert, komt er weer voor de dieren bij. Aan goede bedoelingen
dus geen gebrek.
Toch zijn er kritische kanttekeningen te plaatsen. Door zoveel soms verregaande
tips achter elkaar te zetten, zal het werk veel mensen afschrikken. Sommige
tips zijn nogal lachwekkend zoals voortdurend met een pak briefkaarten naast
de tv zitten en bij het minste of geringste in de pen klimmen om de omroep of
producer van het televisieprogramma te schrijven. Een andere suggestie is uit
de bioscoop stappen als je onverhoopt toch bij een film blijkt te zijn beland
waar dieren voor werden misbruikt en dan je geld terug vragen. Ik betwijfel
echter of deze uitspraken ludiek bedoeld zijn, zo niet, dan doen ze afbreuk
aan de serieuze opzet van het boek. Maar voor mensen die het boek wél
helemaal serieus nemen, staan er ook een paar ronduit kwalijke tips in. Eén
daarvan is verwilderde katten naar de dierenarts brengen en laten steriliseren,
tenzij ze ziek zijn of er echt geen plekje bij mensen voor te vinden is, dan
moet je ze laten inslapen. Dit strookt met wat bekend is over katten die zichzelf
in het wild best kunnen redden. Sommige van die verwilderde katten zijn niet
meer te domesticeren, maar dat is geen reden om ze in te laten slapen! Onvruchtbaar
maken en dan weer terugzetten is m.i. een betere oplossing en gebeurt - althans
in Nederland - met de regelmaat van de klok. Verder vermeldt het boek tegenstrijdige
tips. Zo leggen koffie, thee en cacao relatief gezien de meeste afstanden af
om de klant te bereiken en zijn dus erg milieuvervuilend. Omdat het luxeproducten
zijn, raadt Newkirk af om ze te kopen. In een ander hoofdstuk met cadeautips,
raadt ze echter het geven van veganistische chocolade aan (alsof daar geen cacao
in zit!). Zo pleit ze ook in het ene hoofdstuk voor milieuvriendelijke(r) producten,
maar in het andere zou je in plaats van schoonmaakmiddelen om je huis frisser
te krijgen een bos bloemen neer moeten zetten (over milieuonvriendelijk gesproken!).
Het boek is leuk om te lezen en het zet je aan het denken of je niet meer zou
moeten doen om het wijdverbreide misbruik van dieren in te perken. Maar als
je meer wilt doen, zul je eerst zelf kritisch moeten nadenken over de tips die
daartoe worden gegeven en ze in elk geval niet klakkeloos over nemen.
|
"Vegan Nutrition" van Gil Langley Uitgegeven door Vegan Society UK (engelstalig) |
![]() |
Vegan Nutrition heet het tot nu toe meest complete boek over veganistische voeding te zijn. Alle voedingsonderdelen van koolhydraten tot mineralen komen er in detail aan de orde en het is zeker compleet in die zin dat het gebruik maakt van ontzettend veel onderzoeken die er op dit terrein zijn verricht. Voor artsen en diëtisten is het een bijzonder leerzaam en bruikbaar werk. Als gewone lezer duizelen de droge gegevens je wel eens, maar dan zijn er de handige vetgedrukte samenvattingen aan het eind van elk onderdeel die je bij de les houden. Het boek bevat negen hoofdstukken, voornamelijk over afzonderlijke onderdelen van de voeding zoals vetten, koolhydraten, mineralen, vitaminen en eiwitten. Per hoofdstuk wordt uitgelegd wat deze stoffen zijn, waarin ze veel voorkomen, hoeveel de voorgeschreven hoeveelheid is en wat de eventuele gevolgen van een gebrek c.q. overmaat zijn. Vervolgens worden verschillende onderzoeken genoemd die hebben gemeten hoe hoog het gehalte van die verschillende stoffen bij veganisten is en in hoeverre dit verschilt van omnivoren en vegetariërs. Dan wordt aandacht besteed aan de verklaring van dit verschil en of dit verschil een positieve dan wel negatieve uitwerking heeft. Meerdere percentages passeren de revue, want al die onderzoeken hebben veelal niet dezelfde resultaten opgeleverd en bovendien is de aanbevolen hoeveelheid van een bepaalde stof vaak weer per land verschillend. De cijfers vliegen je dan ook om de oren. Dit geeft in elk geval de indruk dat de auteur niet over één nacht ijs is gegaan en evenmin de voor haar (als veganist) meest gunstige resultaten geeft. Waar nodig is ze kritisch en dat maakt het m.i. een betrouwbaar werk.
Het dieet van veganisten verschilt heel duidelijk in dat van niet-veganisten. Van veel stoffen krijgen ze meer binnen (o.a. koolhydraten, vitamine B1 en foliumzuur) of juist minder (o.a. vitamine B12, calcium en zink) dan anders-etenden. Opvallend is dat bij een relatief lage opname van bepaalde stoffen door veganisten, zij meestal toch eenzelfde gehalte van deze stof in het bloed hebben als niet-veganisten. Dit komt omdat er ook minder wordt uitgescheiden en er op die manier geen gebrek ontstaat. Aan B12 wordt extra aandacht besteed. De auteur is wel een voorstander van het gebruik van supplementen of producten waar B12 kunstmatig aan is toegevoegd; al laat ze zien dat een B12 gebrek zelfs zeldzaam is bij veganisten die geen enkel supplement tot zich nemen. Dat er altijd rekening moet worden gehouden met externe omstandigheden bleek wel bij een groep Iraanse veganisten die geen supplementen gebruikten, maar desondanks geen B12-tekort hadden. Ze aten groenten die ze zelf in/bij huis verbouwden en niet of nauwelijks wasten. Op een of andere manier hadden de bacteriën die B12 aanmaken en die zich in dieren bevinden kans gezien op de groenten terecht te komen. Omdat ze daar niet werden afgewassen, werden ze gegeten. Evenzo blijken veganisten die veel hard water drinken op die manier veel calcium tot zich te krijgen zonder dat dat direct blijkt uit hun voedingspatroon.
Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan moeders en kinderen. De meeste veganistische kinderen blijken op en top gezond. De enkele kinderen die gebreken vertoonden, blijken niet zozeer een veganistisch dieet te hebben alswel een ontoereikend fruitarisch of macrobiotisch dieet, dat helaas vaak door onderzoekers op één lijn wordt gesteld met veganisme. Vitamine B12, calcium en vitamine D zijn wel punten die aandacht verdienen maar hoeven bij een goede voeding niet voor gebreken te zorgen. Eén onderzoek heeft zelfs aangetoond dat veganistische kinderen een hoger IQ hebben (al is dit hoogstwaarschijnlijk meer te wijten aan de opleiding van de ouders dan het dieet van het kind)!
Het onderwerp melk en gezondheid heeft eveneens een apart plaatsje gekregen. Hierin wordt bevestigd wat veel veganisten al wisten: melk kan in verband worden gebracht met veel gezondheidsklachten als aantasting van het immuunsysteem, diarree en eczeem. Veel experts raden (tevergeefs?) het gebruik van koemelk voor kinderen jonger dan een jaar af.
Uiteindelijk wordt geconcludeerd dat een veganistisch leven heel goed mogelijk is en naar alle waarschijnlijkheid zelfs veel voordelen oplevert ten aanzien van een omnivoor of vegetarisch dieet.
(Dit boek is verkrijgbaar bij de NVV. Zie voor bestelwijze pagina 27. Een uitgebreide samenvatting van het boek is te verkrijgen via MAdeJonge@zonnet.nl)