Artikel

Rechten voor Dieren debat

Door Rick Scholtes

Zaterdag 15 december 2001 werd in Paradiso (Amsterdam) het ‘Rechten voor dieren debat’ gehouden. Filosofie Magazine en stichting Varkens in Nood organiseerden een bijeenkomst over de noodzaak van een internationaal Gerechtshof voor Dierenrechten. Hiervoor hadden zij de Australisch filosoof Peter Singer uitgenodigd, bekend van onder andere het boek Animal Liberation (1975) en voorman van The Great Ape Project. Verder nam ambassadeur van Varkens in Nood en hoogleraar filosofie Paul Cliteur deel aan het debat. Het debat werd geleid door Erno Eskens van Filosofie Magazine.
Het van te voren kopen van een kaartje bleek geen overbodige luxe. Vooraf waren de kaarten al uitverkocht, wat betekende dat veel mensen die op de bonnefooi naar Paradiso waren gegaan voor niets waren gekomen. In het twee uur durende debat werd er gesproken over de verschillende aspecten van een internationaal Gerechtshof voor Dierenrechten. Doel van de bijeenkomst was van gedachten te wisselen over de noodzakelijke stappen om tot zo’n internationaal Gerechtshof te komen. Dit omdat het pleiten voor verbetering van het welzijn van dieren alleen niet voldoende blijkt te zijn. Door middel van zo’n gerechtshof zouden rechten voor dieren moeten worden verankerd in de wetgeving.
Met het Great Ape Project probeert Singer een brug te slaan tussen mensen en (andere) dieren. (Andere) dieren zouden dezelfde rechten moeten hebben als mensen, omdat zij op een zelfde manier kunnen lijden. Hij heeft met dit project bewust gekozen voor mensapen omdat ze niet gegeten worden door mensen en omdat mensapen erg aanspreken. Dit betekent echter niet dat het voor andere dieren niet zou moeten gelden. Over het algemeen denken mensen dat het verschil tussen mensen en dieren groter is dan bij dieren onderling. Met zijn project probeert hij aan te tonen dat dat niet het geval is en hij wil zo naar een universeel recht toe dat voor alle dieren (inclusief mensen) geldt.
Verder werd er gedebatteerd over hoe zo’n gerechtshof eruit zou moeten zien. Cliteur vroeg zich af of dat geregeld zou moeten worden door de overheid of door een niet-overheidsinstelling. Ook vond hij dat niet het utilitarisme (Singer is een utilitarist, d.w.z. de keuze voor het grootste voordeel voor het grootste aantal staat voorop) de basis moet zijn voor dierenrechten, maar liever de gelijkstelling van dierenrechten aan mensenrechten.
Singer stelde voor om het recht door te trekken naar voelende wezens, waar Cliteur wel mee kon instemmen. Het zou hier overigens niet om een absoluut recht op leven moeten gaan, maar om een algemeen recht om te leven dat geldt voor alle reeds geboren dieren.
Bovendien dacht Singer dat het misschien wel helemaal niet nodig is om aparte rechtbanken voor dieren op te zetten, maar gewoon dezelfde rechtbanken als voor mensen te gebruiken. Om te beginnen zou het recht zoals die voor mensen geldt,  eerst doorgetrokken moeten worden naar grote apen. Voor andere dieren is het op dit moment misschien nog te vroeg om ze ‘mensenrechten’ te geven.
Dit waren enkele van de onderwerpen waarover werd gesproken. Naast de discussies tussen Singer en Cliteur, deed zo af en toe het publiek mee. Ik vond het een interessant en geslaagd debat. Jammer alleen dat het zaaltje naar mijn mening iets te klein was, waardoor een aantal mensen er niet bij kon zijn.