De veganist in den vreemde

Amerika

door P'tje Lanser

Een veganist in Amerika
Het was vreemd om me op tienduizend meter hoogte te bevinden. Even vreemd was het om bij een snelheid van duizend kilometer per uur en een buitentemperatuur van minus 60° C een veganistische vliegtuigmaaltijd te eten. 
Na maanden van hoofdbrekens reisde ik in de zomer van 2001 voor het eerst in mijn leven per vliegtuig, samen met mijn Duits-Amerikaanse geliefde. Ons reisdoel was een groot schoonfamilie-gebeuren in de buurt van New York, met daaraan vastgekoppeld een rondreis langs verschillende nationale parken in het midden en westen van de Verenigde Staten. Bij diverse vliegtuigmaatschappijen kun je heden ten dage aangeven dat je veganistisch wilt eten, en wat ik op de heenweg voorgeschoteld kreeg, was best lekker: pasta met courgette en tomaat, salade en een wat ondefinieerbaar frambozendessert. Kilometers later volgde nog een Mexicaanse snack. 
Volgens een vriendin zou New York een waar paradijs zijn voor veganisten. Die bewering moest natuurlijk worden getoetst! Met een stevige jetleg probeerden we de eerste avond het Aziatische restaurant Zen Palate (663 Ninth Avenue, bij 46th Street). Het overgrote deel van de kaart was veganistisch, wat het kiezen danig bemoeilijkte. Het werd een sandwich met gefrituurde tofu, salade, en gebakken yams: heerlijke zoete aardappelen. De volgende ochtend wandelden we geheel toevallig over de Green Market op Union Square. Een vriendelijke man verkocht er The Vegan Guide to New York City - over 100 restaurants, health food, ethnic cuisines. Dat boekje moest ik hebben. In Angelica Kitchen (300 E 12th Street, bij Second Avenue), volgens deze gids 'one of the best restaurants for vegans in New York City', lunchte ik 's middags met 'Three Beans Chili': biologische linzen/nierbonen/seitan/wortel/tomaat/peper-soep, geserveerd met zelfgebakken maïsbrood. Zelden heb ik zulk lekker brood gegeten! Megaporties blijken in Amerika de normaalste zaak van de wereld te zijn. Wat overblijft kun je keurig laten verpakken en meenemen.

Sushi
Biologische winkels zijn er in New York talrijk, maar Healthy Pleasures op University Place was wel heel erg groot. En al die smaken veganistisch-biologisch ijs! Verder kun je in NY op haast elke straathoek wel een sapbar vinden, maar alleen Lucky's Juice Joint (75 W. Houston Street, bij West Broadway) is geheel veganistisch én biologisch. De sojavruchtenshake was fabuleus, maar tevens zo koud dat ik er acuut hoofdpijn van kreeg. De prijs van één grote shake was overigens $6, ongeveer 6,50 euro. De dollars vlogen onze handen uit alsof het guldens waren. De dag werd afgesloten met een pizza met veganistische sojakaas in de koosjere vegetarische, deels biologische, pizzeria Cafe Viva (179 Second Avenue, tussen 11th en 12th Street). Amerikaanse sojakaas is overigens lang niet altijd veganistisch. Vaak is het gestremd met caseïne, een koemelkproduct. 
Een aantal dagen later bezochten we Candle Cafe (1307 Third Avenue, tussen 74th en 75th Streets, www.candlecafe.com), volgens óns het beste veganistische restaurant van NY. De houten bank voor de deur vermeldde: 'this bench is for contemplation and the consumption of vegetarian food only'. Het restaurant zelf was sober én zeer esthetisch ingericht. Bijna alle gebruikte ingrediënten waren van biologische herkomst. Er volgde wederom een hoop wikken en wegen. Mijn keuze viel uiteindelijk op 'seitan al mojo de ajo': gegrilde seitan in knoflooksaus, met gele rijst, bonen, guacomole en een tofu roomsaus. Aan degene die ons bediende vroeg ik nog of ze geen vestiging in Amsterdam zouden kunnen openen. Soortgelijke vragen bleken ze wel vaker te krijgen.
In Mana (Amsterdam Avenue), een macrobiotisch, deels veganistisch restaurant, aten we de avond voor ons vertrek. Als opmaat voor het hoofdgerecht, pasta met tuingroenten en gembersaus, namen we sushi. Voor mij voor het eerst van mijn leven. Ik veronderstelde dat het groene hoopje naast de met avocado gevulde sushi wel guacomole moest zijn. Wist ik veel. Het was wasabi, een zeer scherp mierikswortelgerecht dat mijn keel in vuur en vlam zette. Tranen rolden over mijn wangen, evenals bij mijn tafelgenoten die mij gade sloegen (zij het om een andere reden!). De sushi was overigens erg lekker. Vier dagen New York, vier dagen uit eten. De stad is inderdaad een paradijs voor veganisten. 

Zigzag
Tijdens de vlucht naar San Francisco volgde de onvermijdelijke ontnuchtering met een droog pitabroodje gevuld met hummus, sla en komkommer, gevolgd door een kunstmatig smakende brownie. Maar de falafel-bar in de wijk The Mission in San Francisco deed dit 's avonds al snel weer vergeten. Op mijn vraag of er gerechten waren zonder dierlijke producten, volgde het antwoord: 'oh, you mean vegan'. Praat toch een stuk gemakkelijker. De hummus, falafel, gegrilde groenten en tabouleh waren erg lekker. In een trendy café nog soy-chow gedronken; een pikante thee met veel gember en sojamelk. Iets wat overigens in veel cafés verkrijgbaar was.
Onze vier weken durende rondtocht langs diverse nationale parken was wat eten betreft een stuk soberder. De op campinggas door onszelf bereide maaltijden in bijvoorbeeld Canyonlands en Monument Valley waren in gastronomisch opzicht niet bijster spectaculair te noemen, maar het decor was onbeschrijfelijk mooi. Wat een natuur! Sojaproducten, mees
tentijds biologisch, vonden we eerst nog in de meeste supermarkten. Maar hoe verder we van California geraakten, hoe schaarser ze werden. Biologische winkels kwamen we nauwelijks tegen. Wonderlijk genoeg was het onze reisgids die ons naar een biologische voedselcoöperatie in Moab (Utah) leidde. Pas vele, vele kilometers later volgde in Sedona (Arizona) de volgende winkel. Het 'peanut chocolate zigzag'sojaijs was er simpelweg niet te vermijden. 
Uit eten gingen we pas weer toen we terug waren aan de Californische kust. In Santa Barbara vermeldde de kaart van Sojourner Cafe (134 E. Canon Perdido Street, www.sojournercafe.com) 'vegan options'. Het voorafje werd artisjok met 'veganaise'. Het hoofdgerecht bestond uit enorme pastaschelpen, gevuld met een overheerlijk tofumengsel, gegarneerd met zoete tomaten, kappertjes en groenten. Toe een 'vegan strawberry pastry'. In Santa Cruz troffen we een enorme biowinkel, New Leaf geheten, waar de grote verscheidenheid aan verse groenten opvallend was. Mijn oog viel echter vooral op iets anders, iets kouders... Voor de winkel bij de vegetarische, deels biologische, falafelbar van Ali Baba falafel gegeten. 's Avonds at ik bij Saturn Cafe 'chili-lentilsoup', een Broca-sojaburger met ui, tomaat en kiemen, en franse frieten. De lokale krant Good Times noemde dit eethuis 'politiek correct vegetarisch, maar wel lekker'. Het was inderdaad wel lekker, maar ook niet heel bijzonder. 

Food Not Bombs
Onze rondreis eindigde in San Francisco. De stad waar de actiegroep Food Not Bombs al decennia lang dagelijks gratis veganistisch eten uitdeelt aan daklozen. Food Not Bombs wil laten zien dat veel eten dat anders zou worden weggegooid, nog steeds goed genoeg is voor menselijke consumptie. De daklozen die wij op een avond op UN Plaza bij hun tafel aantroffen, konden na de soep en salade ook nog eens vele zakken met bagels meekrijgen. (In Nederland zijn overigens in een aantal steden soortgelijke groepen actief (www.freefood.nl).) Rainbow Grocery (1745 Folsom Street, www.rainbowgrocery.org ) is een van de biologische winkels in San Francisco die Food Not Bombs regelmatig van voedsel voorziet. Deze 'workers-owned co-operative' sloeg werkelijk alles. Zo schatte ik het vloeroppervlak alleen al op duizend vierkante meter. Rainbow Grocery heeft als doelstelling het voor een redelijke prijs verkopen van vegetarische biologische producten, zoveel mogelijk uit eigen regio. Je kunt er trouwens, net als bij vele andere biologische winkels en vegetarisch/veganistische restaurants in heel Amerika, de gratis maandelijkse veganistische krant Veg News (www.vegnews.com) meenemen. 
Vijf weken States sloten we af in het biologisch-veganistische restaurant Herbivore (983 Valencia, San Francisco). We moesten wel een half uur op een tafeltje wachten. Weer eens het luxeprobleem van niet kunnen kiezen, voorlopig voor de laatste keer. Het werd 'pad thai', rijstnoodles met een pindasaus, tofu en groenten. En 'mango-peach pie with icedream' toe. Zalig! Dat kon niet gezegd worden van de rijst met lichtgekookte groenten die ik op de terugvlucht naar Amsterdam kreeg. Erger was evenwel het ontbijt; een onbestemd warm granenmengsel. Het bijgeleverde cakeje bleek zelfs niet veganistisch te zijn. 
Ik stond weer met beide benen op de grond. Wat was dat voor veganisten soms zo paradijselijke Amerika toch opeens ver weg! 
peetje@antenna.nl