In Godsnaam: Wat bezielt je?
Veganisme in religie en levensbeschouwing: antroposofie
Door Marlies de Jonge
De antroposofie is een wereldbeschouwing waar je als veganist makkelijk mee in aanraking komt. Al was het maar vanwege het relatief opvallend grote aantal vegetariërs en veganisten die zelf een antroposofische lagere en/of middelbare school blijken te hebben (de Vrije School) doorlopen of die hun kinderen naar een dergelijke school sturen. Verder is de natuurwinkel voor een deel gevuld met producten met het Demeterkeurmerk. Dit keurmerk is afkomstig uit de biodynamische landbouw, welke op haar beurt weer voortkomt uit het gedachtengoed van Rudolf Steiner. Bij mij rees dan ook de vraag of een antroposofische wereldbeschouwing naadloos aansluit bij een veganistische levenswijze.
Oorsprong
De antroposofie komt grotendeels voort uit de theosofie en heeft belangrijke punten daarvan behouden, zoals de reïncarnatie- en karmagedachte. De grondlegger van de antroposofie, de Oostenrijker Rudolf Steiner (1861-1925), was jarenlang voorzitter van de Duitse Theosofische Vereniging en schreef bovendien een boek getiteld 'Theosofie'. Na enige tijd maakte hij zich echter los van de theosofie en zo ontstond de antroposofie waarin men zich meer dan in de universalistische theosofie ging oriënteren op westerse tradities.
Biologisch-dynamische landbouw
Een opvallend kenmerk van de antroposofie is dat zij toegepast wordt op vele verschillende gebieden van het leven, zoals op het gebied van pedagogiek, geneeskunde, kunst en zelfs landbouw. Deze laatst genoemde toepassing resulteerde in de biologisch-dynamische (niet te verwarren met de biologische) landbouw en is door Rudolf Steiner zelf uitgevonden. Reeds in 1926 werd deze landbouwmethode toegepast in Nederland op een landgoed op Walcheren. De producten zijn te herkennen aan het Demeter-kwaliteitsmerk, dat aangeeft dat ze voldoen aan EKO-eisen plus aanvullende antroposofische richtlijnen.
Het uitgangspunt van de biologisch-dynamische landbouw, afgekort als BD, is dat er een samenhang bestaat tussen plant, dier, bodem en kosmos. Het kernwoord is evenwicht. Het ideaalbeeld van een landbouwbedrijf is een gemengde bedrijfsvoering van veeteelt en akkerbouw zodat - idealiter - een bedrijf ontstaat dat zichzelf geheel kan bedruipen. De samenhang tussen dier en plant komt onder meer tot uiting in het gebruiken van de mest van het vee voor de akkerbouw en het verwerken van sommige akkerbouwproducten tot veevoer binnen één en hetzelfde bedrijf. De samenhang tussen plant en bodem wordt benadrukt door teeltwisselingen in te voeren. Zo wordt de grond niet uitgeput, maar blijft hij in optimale vorm. De kosmos komt om de hoek kijken met het gebruik van zaaikalenders, waarbij gekeken wordt naar de stand van de planeten om te bepalen wanneer welke gewassen gezaaid moeten worden. Het gebruik van speciale preperaten moet de grond zo vitaal mogelijk houden en het gebruik van gifstoffen voorkomen. Helaas bevatten die preperaten ook dierlijke producten als bloed- en beendermeel.
Een gemengd landbouwbedrijf geniet de voorkeur, maar vanwege de moeilijke realiseerbaarheid zijn er diverse landbouwbedrijven die die mengvorm (nog) niet kennen. Dat neemt niet weg dat ze voor het overige wel aan diverse eisen moeten voldoen om voor het Demeter-keurmerk in aanmerking te komen. Veel ingrepen die in de bio-industrie normaal worden gevonden, zijn een BD-veeboer niet toegestaan. Snavelbranden van kippen is, evenals het onthoornen van koeien, uit den boze. Daarmee zouden de dieren ernstig in hun natuurlijke staat worden aangetast. Bovendien is het elkaar verwonden met de snavels of hoorns het gevolg van stress. Door meer ruimte te bieden aan de dieren pak je het probleem bij de oorzaak aan en bestrijd je niet alleen het symptoom, zo is de opvatting. BD-landbouwdieren hebben het derhalve veel beter dan bio-industriedieren. Ze blijven echter consumptiedieren. De antroposofie is niet tegen het consumeren van dieren of van dierlijke producten. Integendeel, een gemengd bedrijf is immers het ideaal. Het dier wordt beschouwd als ondergeschikt aan de mens, hoewel de mens de taak heeft het goed te verzorgen. In elk van de circa 20 BD-slagerijen in Nederland hangt het bordje: "dienstbaarheid en offer, tot dankbaarheid en belofte". De zielen van de gedode dieren kunnen na de slacht reïncarneren, wellicht in mensengedaante, waarmee zij een stap
voorwaarts zouden doen in hun levenscyclus die net als in veel reïncarnatieleren (hoewel zeker niet in allemaal) sterk progressief en dus hiërarchisch is (je komt steeds als een 'hoger' wezen weer terug om je ontwikkeling te vervolmaken).
Vegetarisme
Van Steiner is bekend dat hij er een groot deel van zijn leven een vegetarische levenswijze op nahield. De redenen die hij hiervoor had, zijn op zijn zachtst gezegd bijzonder te noemen. Een vegetarische levenswijze achtte hij bijvoorbeeld helemaal niet geschikt voor mensen die veel lichamelijke arbeid verrichten, maar juist bij uitstek voor mensen die op hoog geestelijk niveau werk verrichten zoals hijzelf. Iemand die vlees eet, krijgt veel vetten binnen, waardoor zijn lichaam niet meer zelf aan de slag hoeft om uit iets dat weinig tot geen vet bevat (plantaardig voedsel) de vetten te maken die hij nodig heeft. Echter, wanneer het lichaam zelf aan de slag gaat om de benodigde bouwstoffen te verkrijgen, wordt er een innerlijke kracht gebruikt die maakt dat het lichaam ook in staat is om zichzelf spiritueel te ontwikkelen. Dit is eenvoudig verwoord waar een tamelijk ingewikkelde verhandeling van Steiner op neer komt. Voor intellectuelen lijkt daarmee vegetarisme zeer wel verenigbaar met een antroposofische wereldbeschouwing.
In tegenstelling tot vegetarisme wordt aan veganisme niet of nauwelijks aandacht geschonken binnen de antroposofie. Toch kan een veganist gebruik maken van een vrij groot aantal antroposofische producten. In een eerder nummer van GI! is in 'Productinformatie' al eens een lijst opgesomd van bijvoorbeeld Weleda-artikelen (Weleda is een farmaceutisch bedrijf dat geïnspireerd is door de antroposofie) die veganistisch zijn. Het blijft echter oppassen geblazen, want dierlijke producten/ingrediënten worden geenszins vermeden. Zo worden bijvoorbeeld soms bijenwas en wolwas als natuurproducten verwerkt in schoonheidsmiddelen. Dit is niet verwonderlijk binnen een visie waarin dieren, mits op goede wijze gehouden, door ons gebruikt mogen worden. Veganisme vormt daarmee beslist geen inherent onderdeel van de antroposofie. Misschien kan het veganisme op zijn best gezien worden als nog een stap verder in de sprituele ontwikkeling dan vegetarisme. Beide stappen moeten echter niemand opgedrongen worden. "Iemand die vlees eet is nog niet zo ver in zijn ontwikkeling en moet niet met geweld van buitenaf tot die stap gedwongen worden", aldus Annemiek v.d. Krogt, voormalig Vrije School-student en zelf vegetariër. Vegetarisme en ook veganisme lijken vooral geschikt voor een bepaald soort mensen binnen de antroposofie. Voor hen is deze levensbeschouwing heel wel verenigbaar met een vleesloos bestaan. Dit geldt echter niet voor de antroposofie in haar geheel. Die kan zich met name vanwege haar hiërarchische wereldbeeld niet uitlaten tegen het gebruik van dieren als consumptiegoederen voor iedereen.
Bij het schrijven van dit stuk is o.a. gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
- de website www.demeter-bd.nl
- een ongepubliceerd artikel van Titus Rivas over antroposofie en veganisme