Artikel

Moraal en moralisme

door Titus Rivas

Net als menigeen die zich het lot van dieren aantrekt, beschouw ik grootschalige landbouwcrises, zoals de zogeheten MKZ-crisis of uitbraken van de varkenspest, als een soort holocaust die velen de ogen zouden moeten openen. Gelukkig gebeurt dat ook nog wel eens. Zelfs in mijn naaste omgeving zijn mensen naar aanleiding van dergelijke catastrofes minder dierlijke producten gaan kopen of hebben ze besloten vegetariër te worden. Tegelijkertijd hoor je sommigen juist tijdens zo'n ramp schaamtelozere uitspraken doen dan voorheen. Een landbouwcrisis zou erg zijn voor de boeren en de slachthuizen (sic), niet voor de dieren die vernietigd 'moeten' worden. Vegetariërs zouden de crises zelfs misbruiken om zieltjes te winnen voor hun ideologisch 'fanatisme'. 

Cynisme 

In deze reacties klinkt een algemener verwijt door dat idealisten in feite intolerante moraalridders zijn die niet meer in onze 'vrije' maatschappij thuishoren. In navolging van een filosoof als Friedrich Nietzsche zou men volgens deze visie volledig vrijgelaten moeten worden waar het gaat om leefwijze en moraal. Een ieder die dat niet doet, wordt gezien als een 'moralist', dat wil zeggen iemand die zonder geldige reden een ander zijn of haar privé-normen wil opleggen. Juridische grenzen aan ieders particuliere moraal worden in deze optiek niet vastgesteld op basis van een soort universele ethiek die willekeur zou overschrijden, maar ze komen domweg voort uit de wil van de meerderheid. Ze dienen zuiver om de maatschappelijke orde te beschermen, niet om het inherent goede te bevorderen en het kwaad terug te dringen. Buiten de juridische grenzen hoort er derhalve uitsluitend sprake te zijn van individuele normen en waarden waar niemand aan mag komen. Deze uiterst cynische visie op ethiek en recht gaat in feite uit van door en door egoïstische individuen die uitsluitend in een gemeenschap leven omdat ze daardoor beschermd worden. Mensen zouden enkel en alleen bereid zijn tot inperking van hun vrijheid omdat ze afhankelijk zijn van de maatschappij voor hun fysieke en vooral ook sociale overleven. Personen die erin slagen om hun egoïsme maximaal gestalte te geven zonder gemarginaliseerd te worden binnen de maatschappij, zijn het ideaalbeeld binnen deze visie. Het is niet voor niets dat Nietzsche - naast blinde literatuurliefhebbers die slechts op zijn elegante retoriek letten - met name mensen met 'rechtse' sympathieën aanspreekt. Nietzsche beschouwde het grote westerse traditionele antwoord op het door hem gepredikte anti-morele cynisme, het christendom, bijvoorbeeld als een leer voor zwakkelingen en slaven. Gelukkig hanteert slechts een kleine minderheid bewust deze filosofie. Ze vormt daarmee ook geen grootschalige bedreiging voor de verbreiding van vegetarisme en veganisme. 

Intolerantie 

Het is echter wel zo dat mensen gelijk hebben als ze voor hun privé-leven een maximale vrijheid opeisen. Het is bijvoorbeeld stuitend dat er plannen geopperd zijn om rokers achter te stellen binnen de gezondheidszorg. Hierbij is sprake van echt moralisme omdat het gaat om een zaak die overgelaten zou moeten worden aan de persoon zelf. Het gaat immers om iemands eigen gezondheid. Niemand heeft het recht om zich daar zomaar mee te bemoeien, tenzij het bijvoorbeeld gaat om een psychotische patiënt, een zuigeling of een demente bejaarde. 
Helaas ben ik onder veganisten wel eens figuren tegengekomen die meenden dat ze het recht hadden om zich te mengen in dingen die hen niets aangingen. Ze probeerden mij hun spirituele en andere inzichten op te dringen en pleitten op een onverdraagzame manier voor radicale veranderingen in mijn leven. In bepaalde opzichten leken ze wat dat betreft op moralisten uit een heel andere hoek: de evangelische christenen. Ik heb dit vooral geconstateerd bij enkele veganisten die geen scherp onderscheid maakten tussen de verschillende motieven die je kunt hebben om veganist te zijn. Daardoor gingen morele en andere motieven door elkaar lopen en met elkaar versmelten. Er werd van mij aldus verwacht dat ik al net zo'n hekel had aan technologie, tv, moderne muziek, mensen die roken, seksuele vrijheid e.d. als zijzelf. Dat hing samen met een soort ideaalbeeld van dé veganist dat alle veganisten impliciet zouden delen volgens deze mensen. Zoals in elke groepering die de hele persoonlijke identiteit van haar leden ophangt aan een enkel ideaal (d.w.z. aan een panacea) kan dit leiden tot grote intolerantie. Vooral buitenstaanders hebben daar oog voor en ze ervaren de groep in kwestie in dat geval als gesloten, ontoegankelijk en onaantrekkelijk. 
Het is in mijn ogen fataal als de ethische basis voor veganisme niet scherp onderscheiden wordt van andere motieven zoals gezondheid. Dat komt omdat we ethisch gezien inderdaad allemaal veganist zouden moeten worden, maar daar voor onze gezondheid, een privé-aangelegenheid, helemaal niet moreel toe verplicht zijn. Door dit soort dingen door elkaar te gooien, kan een buitenstaander de indruk krijgen dat we vinden dat iemand verplicht is vanwege zijn gezondheid veganist te worden. Soms gaat dit een stap verder en worden er zelfs nog binnen het veganistische menu beperkingen gepropageerd zoals een suikervrijdieet aanhouden en zelfs langdurig vasten. Over dit soort drastische maatregelen wordt daarbij soms door de vervaging van grenzen tussen het morele en het a-morele gedaan alsof het niet alleen iets gezonds zou zijn, maar ook nog een morele prestatie. Ik heb in dit verband meermalen met eigen ogen aanschouwd hoe fanatieke vasters bijna heilig verklaard werden. 
Hoe sterker moraal met moralisme vermengd wordt in de levenspraktijk van veganisten, hoe meer schade dit volgens mij toebrengt aan ons imago. De veganistische ethiek is op zich al moeilijk te verkroppen voor veel niet-veganisten, maar het wordt nog veel moeilijker als er ronduit moralistische uitspraken worden gedaan die op zichzelf niets met die ethiek te maken hebben. 

Moralisme als onterecht verwijt 

Veganisme kan in een negatief daglicht worden gesteld door de veganisten die op een intolerante manier pleiten voor dieet- en andere restricties die de vrijheid van iemand inperken zonder die van een ander te vergroten. Een suikerloos dieet aanhouden bevordert bijvoorbeeld niet een gelukkig leven van iemand anders, hooguit die van de persoon zelf. Een veganist die vasten als een moreel hoogstaande activiteit uitdraagt, kan terecht moralisme verweten worden. Maar daarmee is moralisme nog geen inherent kenmerk van veganisme. Als je moralisme opvat als een vorm van inmenging in andermans leven zonder goede gronden, dan slaat het nergens op dat ethische veganisten verweten wordt moralistisch te zijn omdat ze opkomen voor de rechten van dieren. Onder invloed van de postmoderne, relativistische houding tegenover moraal is het misverstand ontstaan dat alle vormen van actie tegen onrecht per definitie moralistisch zouden zijn. Moraal komt altijd neer op een beperking van de eigen vrijheid ten behoeve van de bescherming van de vrijheid van anderen. Je sterk maken voor een plantaardige levenswijze, bevordert het welzijn van andere dieren waardoor er aan een dergelijk eetpatroon meer vastzit dan hooguit een individueel voordeel. Een ethische veganist is beslist een moreel bewogen, maar zeker geen moralistisch persoon.