Artikel
Lekker onder de wol?
Wol lijkt voor velen een diervriendelijk product, waarbij het dier niets ernstigs overkomt en het dier blijft leven. Niets is minder waar. Tachtig procent van de wol die in Nederland wordt verkocht, komt uit Australië en wordt daar meestal op zeer dieronvriendelijke wijze verkregen. Vrijheidsberoving, verminking, mishandeling en uiteindelijk de dood is het lot van schapen in de wolindustrie. Bovendien draagt de productie van wol bij aan milieuvervuiling en landschapsverwoesting. Kortom, tijd voor een kijkje achter de schermen van de wolindustrie.De productie van wol treft naast schapen vele andere diersoorten, zoals geiten, konijnen, lama's, alpaca's, kamelen en vicuña's. In dit artikel willen we ons beperken tot het leven van een schaap.
De mythe van de wol
De vacht van een schaap was oorspronkelijk precies dik genoeg om het schaap te beschermen tegen zowel de kou in de winter als de warmte in de zomer. Het schaap kwam eens per jaar in de rui en verloor dan geleidelijk zijn vacht. Het was dan ook helemaal niet nodig om schapen te scheren om ze zogenaamd te beschermen tegen de warmte. Maar de mens is schapen met bepaalde eigenschappen gaan fokken om zoveel mogelijk wol per schaap te kunnen krijgen. Dit leidde tot schapen met een teveel aan haar en een te lange vacht. Het schaap van tegenwoordig lijkt nog weinig op zijn voorouder en wordt uitsluitend gefokt ten behoeve van de mens.
In het jaar 2001 werden in Nederland 1,3 miljoen schapen gehouden. In 2001 werden 748.000 schapen en lammeren geslacht voor hun vlees. De hen ontnomen wol is weinig meer dan een winstgevend bijproduct van de Nederlandse schapenvleesindustrie. De meeste in Nederland verkochte wol komt echter uit Australië. Australië is met 148 miljoen schapen dan ook de grootste producent van wol.
Levensomstandigheden
Via kunstmatige inseminatie worden de ooien bevrucht. De lammeren die daaruit geboren worden ondergaan enkele weken na hun geboorte een aantal zeer pijnlijke ingrepen. Hun oren worden doorboord met labels of getatoeëerd, hun staarten worden afgesneden, afgebrand of afgeklemd met een rubberen ring, ze krijgen een chemisch bad of douche tegen parasieten en de mannelijke lammeren worden gecastreerd. Dit alles gebeurt zonder verdoving. Na deze ingrepen lijden veel lammeren aan shock, bloedingen, bloedvergiftiging, tetanus, ontwrichte gewrichten en artritis. Dit geldt voor lammeren wereldwijd. In Australië wordt de grote sterfte onder lammeren gezien als normaal; 20 tot 40% van de lammeren sterft bij de geboorte of voordat ze 8 weken oud zijn door de extreme weersomstandigheden of van de honger.
Met 14 tot 15 maanden worden de schapen voor het eerst geschoren en daarna ieder jaar, vlak voordat ze uit zichzelf in de rui gaan. Tijdsplanning is dan ook belangrijk: te laat scheren betekent verlies van wol. Ieder jaar sterven één miljoen Australische schapen door te vroeg scheren. Ze worden dan niet meer beschermd door hun vacht en de overgang is te groot. Het duurt namelijk 7 tot 8 weken voordat de vacht zo aangroeit dat het schaap weer beschermd wordt. Verkoudheid, bronchitis en de dood zijn het gevolg. Snelheid tijdens het scheren is belangrijk. Schapenscheerders worden niet per uur maar per kilo betaald. Zij scheren ongeveer 120 tot 150 schapen per dag. Dit zorgt voor snel en roekeloos scheren, waarbij bijna ieder schaap verwondingen oploopt. Niet meewerkende schapen worden geschopt en geslagen. Er bestaan zelfs wedstrijden schapen scheren in o.a. Australië en Nieuw-Zeeland.
Schapen die wat ouder worden, ondergaan nog een zeer pijnlijke procedure. Deze procedure wordt nog uitgevoerd in Australië maar is in Europa verboden. Om het verlies van voortanden tegen te gaan en het schaap langer te laten leven, schuren de boeren de tanden van de schapen met een machine tot het tandvlees. Een andere manier is het afsnijden van de kiezen met een zaag tot de hoogte van het tandvlees. Dit alles ook weer zonder verdoving.
Merinosschapen
Merinosschapen worden alleen gehouden voor hun wol. Hierbij is het vlees een bijproduct. Merinosschapen hebben meer wol door het doorfokken van schapen met bepaalde kwaliteiten. Dit levert onnatuurlijke extra huidplooien op. Deze rimpels houden urine en vocht vast. Hierdoor aangetrokken, leggen vliegen hun eieren in de vacht van deze schapen. De uitgekomen larven beginnen het schaap levend op te eten. Dit proces heet 'flystrike'. Soms gaan de dieren reeds binnen enkele dagen dood maar vaak moeten ze ook een wekenlange doodsstrijd leveren.
Om dit te voorkomen bedachten de Australische boeren een 'oplossing': 'mulesing'. Dit ondergaan 100 miljoen lammeren per jaar alleen al in Australië. Zonder verdoving worden grote lagen huid van de achterkant en dijen van de lammeren en schapen afgesneden. Dit zorgt echter net zo goed voor een aantrekkelijke broedplaats voor vliegeneieren. Het duurt 3 tot 5 weken voordat een lam hiervan geneest. Een ander methode om zowel flystrike als andere parasieten te voorkomen is het baden of het bespuiten van schapen met chemicaliën.
Ziekten
Schapen zijn van nature nerveuze, verlegen dieren die kunnen verstarren in angst. Ze sterven door kou, hitte, dorst en lijden door de vele doorfokkingen veelal aan een slechte gezondheid. Het huidige schaap kan daardoor niet gemakkelijk in de ruige natuur overleven. In alleen al Australië sterven er ieder jaar 8 miljoen volwassen schapen door ziekten en de kou. Eén miljoen van deze schapen sterft binnen een maand na het scheren.
Transport en slacht
Achtenvijftig procent van de Nederlandse schapen wordt levend vervoerd naar Italië, Griekenland, Spanje en Frankrijk. Daarentegen is er ook invoer van levende schapen. Deze komen uit Groot-Brittannië, Nieuw-Zeeland, Australië, Duitsland, Spanje, België en Frankrijk. De dieren worden dus eerst over lange afstanden vervoerd om na aankomst geslacht te worden. Het ergste transport van levende schapen in de wereld is dat van Australië naar het Midden-Oosten. Zeven miljoen schapen worden ieder jaar verscheept. Deze schapen leggen eerst enorme afstanden af in Australië zelf totdat ze bij de havens komen. Veel schapen zijn gewond en/of ziek van de reis. Per schip worden 125.000 schapen opeen gepropt. Tot 10% van de schapen aan boord overleeft de reis niet. Wanneer de schapen aankomen in het Midden-Oosten worden de overlevenden ritueel geslacht.
Milieu en landschap
De schapenteelt heeft ook nadelige consequenties voor de flora en het landschap. Schapen grazen heel wat land af; de verwoestijning van Australië hangt nauw samen met de schapenteelt. De biodiversiteit in bijvoorbeeld Groot-Brittannië wordt bedreigd door het weg eten door schapen van alles wat groeit. De dichtheid van de hoeveelheid schapen is zo groot dat ze zelfs bij gevoed moeten worden.
De schapenindustrie in Australië was in 1998 verantwoordelijk voor 774 miljoen kilo mest en urine. Australische schapenhouders zijn medeverantwoordelijk voor de vervuiling van rivieren door de chemische behandelingen die zij bij hun schapen toepassen. Bij wolbewerking wordt de meeste wol gekleurd met chemische verfstoffen en worden er ook nog chemicaliën gebruikt om de wol waterbestendig e.d. te maken.
Alternatieven
Alternatieven voor wol als stof zijn katoen, flanel, fleece, fluweel, acryl en andere materialen. Deze zijn vaak net zo warm, makkelijker te wassen (met de wasmachine), krimpen en verkleuren niet of minder en zijn ook nog goedkoper. Help streven naar een dier-, mens- en milieuvriendelijke samenleving en kies voor een alternatief voor wol!
Dit artikel is een bewerking van de themabrochure "Lekker onder de wol?" van de Werkgroep Wereld Veganisme Dag. Deze is te bestellen door b 1,50 (incl. portokosten) over te maken op giro 8289417 o.v.v. wolbrochure t.n.v. de WWVD in Utrecht. Een vrijwillige extra bijdrage is zeer welkom. De brochure is ook te vinden op onze website www.wereldveganismedag.nl. Voor meer informatie: WWVD, Postbus 1332, 3500 BH 030-2763970, info@wereldveganismedag.nl.