Dieren en hun rechten

Door Rick Scholtes

Werelddierendag was de dag waarop Paul Cliteur, filosoof en ambassadeur van Stichting Varkens in Nood, de conceptverklaring van de rechten van het productiedier presenteerde. Deze, door Stichting Varkens in Nood opgestelde verklaring, werd door Cliteur voorgelezen in een varkensstal om de varkens op deze manier te wijzen op hun rechten. 's Avonds werd in de Rode Hoed in Amsterdam de bijeenkomst 'dieren en hun rechten' georganiseerd, onder leiding van Clairy Polak, bekend van het radioprogramma De ochtenden.
De bijeenkomst begon met drie sprekers. Bernd Timmerman, historicus/socioloog en adjunct-directeur van de Dierenbescherming, Dirk Boon, advocaat en hoogleraar Dier en Recht, en Paul Cliteur. Timmerman begon met een uiteenzetting van de verandering van de mens-dier relatie in de afgelopen 5000 jaar. Volgens Timmerman bevinden we ons nu in de geboortefase van dierenrechtenbewegingen. Ondanks de verbeteringen is het belangrijkste knelpunt dat de vraag "mogen wij dieren houden voor dit doel?" nog niet wordt gesteld. Timmerman besluit zijn uiteenzetting met de hoopvolle woorden "Dit is de eeuw van de rechten van het dier. Monumenten zullen opgezet worden voor de verschrikkingen die wij ze aangedaan hebben". 
Na hem was het de beurt aan Dirk Boon. Als het over rechten van dieren in juridische termen gaat, komt zijn naam vrijwel altijd naar voren. Ik was dan ook benieuwd om te zien en te horen wie hij was. Hij werd geļnterviewd door Polak. Hoewel ik geen echte voorstelling van hem had, was hij toch anders dan ik zou verwachten. Zijn cynische manier van spreken vermaakte niet iedereen, maar mij wel. Volgens hem is het belangrijkste wetsartikel dat we de plicht hebben om de zorg te dragen voor de dieren om ons heen. Desondanks wordt momenteel van de 160 miljoen dieren in Nederland, zo'n 90% geschaad in hun welzijn. De regels zijn er wel maar werken niet. Boon ziet daarom het invoeren van meer wetten voor dieren niet zitten. Volgens hem kan beter buiten het recht om actie ondernomen worden. Hij dacht bijvoorbeeld aan spotjes op tv, met een boodschap zoals "je bent een rund als je met een rashond stunt", meer effect hebben dan een nieuwe wet. Over het geheel genomen leek zijn prioriteit uit te gaan naar dit soort misstanden, en niet zo zeer naar die van de bio-industrie. 
Als laatste was Paul Cliteur aan de beurt. Hij begon met vertellen over zijn fascinatie voor morele blinde vlekken. Hij bedoelt hiermee bijvoorbeeld dat Plato een fantastisch filosoof was, maar tegelijkertijd de slavernij verdedigde. Het eerste wat we volgens hem moeten doen, is onszelf de vraag stellen "Hebben we nu een blinde vlek?". De volgende stap is dan kijken naar de verhouding tussen mens en dier en het gelijkheidsbeginsel voor mensen uitbreiden naar dieren. 
Na Cliteurs betoog volgde een discussie waarbij Paul Cliteur, Dirk Boon, Wijnand van de Giessen (directeur van de Dierenbescherming) en Frans Stafleu (dierenarts/ethicus, Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht, Universiteit Utrecht) en een melkveehouder aan tafel schoven. Er werd gesproken over rechten voor dieren, een rechtbank voor dieren en over hoe praktisch zaken opgezet kunnen worden om het welzijn van het dier te verbeteren. De discussie stelde me enigszins teleur. Ik had dat wel verwacht van een groep mensen waarvan voor zover ik weet niemand zelfs maar vegetariėr was en die toch over de rechten van dieren discussieerde. Ik was niet de enige. Iemand uit het publiek vroeg de sprekers waarom ze geen vegetariėrs waren en of vegetarisme of veganisme niet het meest praktische was wat je voor dieren kan doen. Er werd niet echt ingegaan op deze goede vraag, maar het werd wel even stil rondom de tafel. Alles bij elkaar was de bijeenkomst wel aardig, maar ook niet meer dan dat. Het rechten voor dieren debat in Paradiso in december van vorig jaar met Peter Singer (zie ook GI! 53, blz. 16) liet een veel bevredigender gevoel bij mij achter. Waarschijnlijk omdat ik toch liever een veganist over de rechten voor dieren hoor praten dan een vleeseter.