V I S ETHIEK MILIEU
GEZONDHEID

Vis is vaak de laatste diersoort, die mensen van hun bord weglaten, en ook juist het dier dat door mensen met twijfels over een vleesloze voeding, wordt verkozen als 'disgenoot'.
Reden om alle facetten - ethiek, milieu en gezondheid - eens op een rijtje te zetten.

door Mieke Heinsbroek en Cor Nouws

VIS EN ETHIEK

Heel lang heeft men verondersteld dat dieren naarmate zij kleiner waren, geen angst- of pijngevoelens zouden kennen. Zeker geldt dit voor ondermeer de vissen. De vissport is lange tijd buiten elke discussie gebleven en ook de beroepsmatige visserij werd en wordt niet beschouwd als een dieronvriendelijke bezigheid. Veel mensen die zich vegetariër noemen, hebben geen bezwaar tegen het nuttigen van een visje-op-zijn-tijd: een vis zou een goed leven achter de rug hebben en hoe het dier zijn dood-gaan ervaart, weten we niet...

ROOD OF WIT VLEES?

Dit is een opvallend verschil met de houding tegenover veel andere dieren. Hoewel veel vlees wordt gegeten, worden gedachten aan het doden van de dieren meestal verdrongen: het gebeurt ver buiten het gezichtsveld, en zeker niet zelf. Een visje vangen en in de pan doen, komt daarentegen vrij vaak voor. Het is duidelijk dat we ons gevoelsmatig minder kunnen verplaatsen in, identificeren met vissen. Als mensen voor het eerst bewust meevoelen met een dier, is dit zelden een visje, maar veel vaker een kalfje, veulen ofzo. (Dit wordt natuurlijk weer anders wanneer het vissen zoals dolfijnen betreft, die dankzij Flipper en publiekshows juist worden 'vertroeteld'.)

Deze verschillende houdingen ten opzichte van (grotere) landdieren enerzijds en vissen anderzijds, vinden we ook terug in het onderscheid dat wordt gemaakt tussen rood vlees en wit vlees. Het vlees van vis is wit, en roept minder associaties op met bloed, pijn en lijden. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze vis helemaal niet als vlees zien.
Wie ooit, in levende lijve of op film, heeft gezien hoe een school tonijnen wordt gevangen, hoe met haken op de dieren wordt ingehakt en hoe het water rood kleurt, weet wel beter.

VEEL OF WEINIG DODEN?

Er is op ethisch gebied nog een opmerkelijk verschil tussen het eten van bijvoorbeeld koe en vis.
Bij koe lijdt voor de opbrengst van heel wat vlees, slechts één dier. Stapt men over op het eten van vissen, dan zijn er veel meer dieren nodig die moeten lijden om in dezelfde vleesbehoefte te voorzien; een vis is gemiddeld immers maar een klein en licht beestje. (Hetzelfde geldt voor de vergelijking van kippen met koeien, varkens, paarden e.d..)
Niet te meten is de mogelijkheid, dat die grote, ruimer ontwikkelde koe in zijn eentje méér lijdt dan de vele honderden vissen tezamen.

Rond de bereiding van vis spelen soms weinig subtiele methoden een rol, zoals paling levend in een zoutbad leggen om hun vel los te weken...

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Utrecht is inmiddels gebleken dat vissen net als mensen wel degelijk angsten en pijn kunnen ervaren. Zelfs een vis, die uiterst voorzichtig en deskundig 'aan de haak wordt geslagen' en vervolgens onmiddellijk in het water wordt teruggezet, ervaart al aanzienlijke angst en pijn.

Er zijn dus vreemd genoeg dierproeven nodig, om aan te tonen dat de dieren lijden. Het zien van een hevig spartelende vis - waaruit onmiskenbaar valt af te lezen dat de vis het aan de haak zitten in ieder geval niet prettig vindt - is helaas niet voldoende.

STRAFBAAR

Met de uitslagen van het wetenschappelijk onderzoek wordt niets of maar langzaam wat gedaan. De Nederlandse Sportvisserij-organisatie heeft de resultaten naast zich neer gelegd en ook minister Braks van Landbouw heeft op vragen in het parlement geantwoord, dat hij geen aanleiding ziet het vissen met een levend aasvisje, zoals dat vanouds door een grote groep sportvissers wordt gedaan, te verbieden. De minister heeft lak aan artikel 254 van het Wetboek van Strafrecht, waarin het opzettelijk toebrengen van pijn of letsel aan dieren strafbaar wordt gesteld.

SPORTVISSERIJ

Anders ging het er toe bij de rechtbank in het Duitse Hamm. Daar werden de organisatoren van een viswedstrijd beboet omdat de vis in leefnetten werd gehouden. De rechtbank oordeelde dat de vissen daardoor onnodig pijn en angst werd aangedaan.

De Nederlandse Delegatie van de Eurogroep for Animal Welfare heeft een resolutie ingediend, waarin wordt aangedrongen op wettelijke regels voor de hengelsport. Ook op de Europese Commissie is een dringend beroep gedaan. Doel is dat: levend aas wordt verboden; leefnetten worden verboden; vis voor konsumptie direkt wordt gedood en dat wat niet voor konsumptie is bestemd direkt in het water wordt terug gezet. De Dierenbescherming neemt een en ander ook mee in haar akties voor een betere Dierenwelzijnswet.

Het gaat er hierbij dus niet om mensen te dwingen geen vis meer te vangen, maar om -als ze het dan doen- het lijden van de vissen in ieder geval te beperken.

BEWUSTZIJNSVERANDERING

Dat hier door veel sportvissers niet enthousiast op wordt ingegaan, valt te verwachten. Erkennen van de rechtmatigheid van deze verlangens, zou gelijk een erkenning inhouden van het feit dat men lijden bij de vissen veroorzaakt. Iemand die er af en toe lekker uit wil zijn en gaat vissen - wat vroeger gewoon is geleerd van vader, familie of vrienden - ziet zichzelf uiteraard (liever) niet als dierenkweller. Akties rond sportvissen, bereiken daarom ook eerder 'het publiek' dan dat ze de vissers zullen stimuleren om zich meer open te stellen voor het gevoel van de vissen. Gelukkig is er al wel voorlichting bij de visakte, die een bewustzijnsverandering positief ondersteunt.

BEROEPSVISSERIJ

Bij de beroepsmatige visserij gaat de vangst anders in zijn werk. Duizenden vissen worden in het net meegesleept terwijl zij proberen te ontsnappen, proberen hun kieuwen los te krijgen. Pas als na vele uren het net vol zit, worden ze beschadigd en wel naar boven gehesen en op het dek of in het ruim gegooid alwaar ze een verstikkingsdood sterven: plat gedrukt of snakkend naar zuurstof. Velen gaan nog levend onder het mes: ze worden opengesneden en de kop wordt eraf gehakt, in het zout gezet of kant- en klaar ingepakt en ingevroren voor in de supermarkt. Vissen die niet gewenst zijn of niet mogen worden aangevoerd, worden meer dood dan levend overboord gegooid.

De kleinere vissen, zoals sardines, worden al helemaal als delfstoffen gebruikt, met een grote slurf als bloedende en slijmerige massa uit schepen gezogen. Ze worden als vismeel verwerkt in onder andere voer voor landbouwproduktiedieren, honden en katten.

KWEEKVIJVERS

Van de jaarlijkse vangst van 36 miljoen ton, is al ongeveer 13 procent afkomstig uit de bio-industrie: kweekvijvers en bakken, waarbij zoveel mogelijk vissen in zo kort mogelijke tijd worden vet gemest. Het is een hi-tech industrie, waar alle processen nauwlettend worden bestudeerd en zoveel mogelijk worden gemanipuleerd. Kompleet met chemische medicijnen en genetische manipulatie. De kunstmatige omgeving met veel dieren in een kleine ruimte, kan extra stress veroorzaken, hoewel dit niet voor alle vissen geldt.

De vissen zijn uit hun natuurlijk milieu gehaald en volledig onderworpen aan de mens.

VIS EN MILIEU

De veehouderij is inmiddels bekend als een bedrijfstak met sterk milieubedreigende aspekten. De beroepsmatige visserij wordt daarentegen niet als zodanig gezien. Er is (meestal) geen mestprobleem dus geen verzuring en alles wat er nog meer voor moeilijks komt kijken bij het zorgen voor veevoer, veegezondheidsmiddelen enzovoort. Vissen in de zee zijn ook geen voedselkonkurrenten van de mens. Ze eten geen planten, die nuttig hadden kunnen zijn als voedsel voor veel meer mensen dan de opbrengst dierlijk produkt.

LEEGVISSEN

Toch pleegt de grootschalige visserij wel een belangrijke aanslag op ons milieu, maar die is nog nauwelijks zichtbaar voor ons.
De rivieren, zeeën en meren worden leeggevist; het gaat zo snel dat er geen gelegenheid is voor herstel van de visstand.
De alsmaar groter wordende varende visfabrieken, die hele scholen ineens vangen, bestrijden elkaar omwille van een goed inkomen en vissen de wereldzeeën leeg. Het konstante gerommel met visquota is daar een voorbeeld van.
Ook het IJsselmeer gaat gebukt onder een grote overbevissing, waardoor er ook steeds meer algengroei optreedt, die onder andere ongunstig is voor de waterwinning.

De bodem van bijvoorbeeld de Noordzee wordt regelmatig omgeploegd door zware over de bodem slepende netten, waardoor het leefmilieu van vele planten, dieren en ander leven wordt vernietigd.

ANDERE SLACHTOFFERS

Vooral bij de vangst op zee wordt veel vis mee naar boven gehaald die niet wordt gebruikt en die, meestal dood, gewoon weer overboord wordt gezet.
Onder andere daarom voert Greenpeace aktie tegen Japanse en andere Aziatische tonijn-vissers, die met hun enorme sleepnetten niet alleen overbevissen, maar ook duizenden dolfijnen, zeeschildpadden en kleine walvissen doden.
Ook bij Midden-Amerika speelt hetzelfde probleem. Redelijk betrouwbare recente schattingen spreken van totaal 120.000 gedode dolfijnen in 1987, wat een groot percentage van de totale populatie is.
Ook onder allerlei zeedieren wordt een slachtpartij aangericht, b.v. rond de Galapagos eilanden door Japanse en Koreaanse vissers die het hebben gemunt op 'slechts' de vinnen van haaien.

ENERGIE

Een geheel ander ongustig milieu-aspekt van de visserij, is de enorme hoeveelheid brandstof die het kost. De moderne schepen hebben enorme motorvermogens, en de vis moet sterk gekoeld worden bewaard.
Vis kost, net als vlees, vele malen meer (fossiele) energie voordat het bij de konsument op het bord ligt, dan een gelijkwaardige hoeveelheid plantaardige voeding.

JONGE VIS WEGGEVANGEN

Het toenemende aantal viskwekerijen vormt ook een milieu-dreiging. Er wordt massaal vrij levende jonge vis gevangen, om jonge kweekvis te verkrijgen. Dit heeft bij enkele vissoorten al tot een dramatische reduktie van het aantal vrij levende exemplaren geleid.

De enorme kwekerijen in bijvoorbeeld de Skandinavische fjorden en aan de Schotse kust vervuilen en verdringen de natuurlijke rijkdom. Van elke tien ton voer die in het water wordt gegooid, zakt een ton naar de bodem en verspreidt een halve ton oplosbare stikstofverbindingen zich in het water.
De grote hoeveelheden voedsel die in kwekerijen worden verbruikt, bestaan voor een deel ook al uit vismeel...
De kwekerijen op land verbruiken veel energie bij het handhaven van een voor de groei optimale temperatuur.

In ontwikkelingslanden worden in en buiten kwekerijen nog wel eens nieuwe vissoorten geïntroduceerd als extra voedselbron. Dat dit grote risiko's inhoudt voor het natuurlijk evenwicht, blijkt uit de voorbeelden van Madagaskar en het Victoriameer. Daar werden van nature voorkomende vissoorten verdrongen door de nieuw geïntroduceerde, met ook nadelige gevolgen voor de oorspronkelijke voedselvoorzienig.

SPORTVISSERIJ

Ook de sportvisserij kan nadelige effekten hebben voor de omgeving. Vaak wordt overmatig lokaas gebruikt en kleurstoffen die daarin werden (en soms nog worden?) gebruikt, zijn kankerverwekkend. Waar mensen afval achterlaten, is dit schadelijk voor milieu en dieren. Zo komt het veel voor dat zeevogels op pieren verstrikt raken in weggeworpen materiaal van sportvissers. Maar wanneer de mensen niet in te grote aantallen naar de waterkant gaan en hun rommel opruimen, zal de milieuschade meevallen.

Resumerend moet worden gezegd, dat geen schade voor het milieu op hoeft te treden als er op kleine schaal wordt gevangen. Bij de huidige bevolkingsgrootte en konsumptie van vis is de schade, zoals geschetst, groot.

VIS EN GEZONDHEID

Er zijn mensen die van vlees overschakelen op vis, enerzijds omdat zij dat ethisch minder bezwaarlijk vinden, anderzijds omdat vis een gezond alternatief zou zijn.
Over ethische aspekten hebben we het in het voorgaande gehad. Bij gezondheid spelen mee de volgende aspekten: wat is er slecht en wat is er goed aan, en hebben we het nodig?

LOZINGEN VAN ROTZOOI

Om met het eerste te beginnen: de vissen die de bedreiging door visvangst of milieuvernietiging overleven, hebben inmiddels een aardige portie gifstoffen in het lichaam. Omdat vissen aan het einde van een (lange) voedselketen staan, zijn het verzamelplaatsen van vooral in vet oplosbare gifstoffen als DDT's en PCB's en enkele radioaktieve stoffen. Ook andere verontreinigingen komen voor, bijvoorbeeld kwik. De koncentraties schadelijke stoffen hangen onder meer af van de soort vis, de plaats waar ze leefde en vooral van de hoeveelheid rotzooi die mensen lozen.
Uit de jaarlijkse onderzoeken van de officiële instanties, blijken dan ook verschuivingen op te treden; bijvoorbeeld minder DDT's maar meer PCB's.

NOG AANVAARDBAAR?

De overheid stelt normen vast voor de aanvaardbare dagelijkse innamen (ADI) van giftige stoffen. Die ADI is berekend op grond van konsumptiepatronen: bij vis die in het algemeen veel wordt gegeten, wordt een strengere norm gehanteerd dan voor vis die veel minder wordt gekonsumeerd.

De overheid wordt daarover geadviseerd door het Rijksinstituut voor Visserij-onderzoek in IJmuiden. Adj. direkteur dhr. Nagel van dat instituut stelt dat de vervuilingseffekten op vis hem grote zorgen baren. Vooral de hoeveelheden P.C.B.'s in het Rijnwater en afkomstig uit de Westduitse industrie, verontrusten hem. Ook de hoeveelheid kwik, die altijd nog drie maal hoger is dan normaal, is een ernstige zaak.

Al met al is wel duidelijk dat de kwaliteit van de vis achteruit is gegaan. Voor de veganist is dat niet zo erg: die eet immers toch geen vis. Degenen die dat wel doen krijgen tevens meteen een portie gifstoffen en zware metalen naar binnen. Hierbij is het wrang te konstateren dat juist de volken, die voor hun voeding nog direkt afhankelijk zijn van vis, geleidelijk de troep binnen krijgen van de welvarende landen elders op de wereld.

KLEURSTOFFEN EN ANTIBIOTIKA

In de viskwekerijen worden antibiotica en fungiciden gebruikt voor het in toom houden van allerlei infekties die bij de onnatuurlijke omstandigheden en hoge populatiedichtheid natuurlijk welig willen tieren. Synthetische kleurstoffen worden gebruikt bij zalmen om hun vlees dezelfde kleur als vrij levende soortgenoten te geven.

Ook zijn de gevolgen van ziekte- en parasieten-bestrijdende middelen onvoldoende onderzocht. En er is in Nederland geen keuringsplicht voor geïmporteerde vis, zodat ons land een vuilnisbak is voor vis die in andere landen niet wordt toegelaten. Aldus voorzitter D. Jongman van de Vereniging Aquacultuur.

NIET UIT BINNENWATEREN

Over het algemeen wordt het eten van vis nog niet afgeraden, behalve de vette soorten en dan speciaal die uit binnenwateren. Dit is, door import en handel, voor de konsument dus nauwelijks te kontroleren... De normen (die overigens niet boven kritiek zijn verheven, want het lijkt soms of ze worden afgestemd op de vissers en niet op de konsumenten) worden verder nog niet overschreden.

Stelselmatig wordt bij onderzoeken gekonkludeerd, dat men de vis vooral niet moet laten staan want de vis zou zo gezond zijn vanwege bijvoorbeeld het hoge eiwitgehalte...

EIWITTEN NODIG ?

Het eiwitgehalte is een van de hardnekkige bijgeloven op het gebied van voeding. Velen denken: hoe meer hoe beter. Toch staat inmiddels onomstotelijk vast, dat het hoge eiwitgehalte van de westerse voeding juist schadelijk is.

Hebben we eiwitten uit vis (of om het even welk dierlijk produkt) nodig? Nee, als een menu met volwaardige (ongeraffineerde) plantaardige voeding wordt gebruikt, levert dat altijd voldoende eiwitten. Tenzij te weinig of te eenzijdig wordt gegeten. Zo simpel is dat.

Onderzoekers en schrijvers die destijds stelden dat men in een plantaardige voeding gelijktijdig granen en peulvruchten zou moeten eten, zoals de bekende Frances Moore Lappé, hebben inmiddels ingezien dat dat een vergissing was. Ook alle ander stoffen, die voorkomen in vis, kunnen we zeker voldoende verkrijgen uit een goed samengestelde plantaardige voeding.

BETER LATEN STAAN

De eiwitten uit vis hebben we dus niet nodig. Sterker nog: ze zijn eerder teveel dan te weinig.
Vis is rijk aan vetten en aan eiwitten en arm aan voedingsvezels, net als vlees. Dat zijn juist enkele belangrijke fouten in het tegenwoordige voedingspatroon. Een vleesgerichte voeding kan niet zowel laag in eiwitten als laag in vet zijn. En aan beiden zijn grote risiko's verbonden. Het vervangen van vlees door vis, is slechts een verwisselen van de risico's.

Een hoge konsumptie van eiwitten veroorzaakt een hoge uitscheiding van calcium, en daarmee osteoporose (ontkalking van de botten). Deze uitscheiding neemt nog toe wanneer niet plantaardige maar dierlijke eiwitten worden opgenomen.
Een hoog eiwitgehalte in de voeding houdt ook verband met nierziekten. Het kan de nieren schaden en de funktie van de nieren verminderen. Ook bestaat er verband tussen de konsumptie van dierlijke eiwitten en het voorkomen van nierstenen. Diverse vormen van kanker (lymfen, nieren, dikke darm) en enkele rheumatische ziekten worden (mede) toegeschreven aan een te hoge eiwit-opneming. Er zijn ook onderzoeken die een direkt verband leggen, tussen vis-konsumptie en ziekten, zoals tussen vet / eiwit uit vis en maagkanker.

HOOG IN CHOLESTEROL

Vis bevat in termen van genuttigde kalorieën ongeveer twee maal zoveel cholesterol als varkensvlees of als rundvlees. Ander zeevoedsel zoals krab, garnaal, zeekreeft bevat zelfs nog meer cholesterol. Geen goed nieuws dus.
Studies waarin mensen overstapten van een vlees/ei voeding naar een voeding met veel kip en vis vertoonden dan ook geen verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed.

De bloedverdunnende eigenschappen van vis-olie wordt momenteel door kommerciële organisaties als wondermiddel tegen hartkwalen gepropageerd, maar het bloedverdunnende effekt geeft ondermeer bij eskimo's soms fatale neusbloedingen en hersenbloedingen. Ook schijnt het ziekten van de galblaas te bevorderen.

ZUTPHEN-STUDIE

Een onderzoek in Zutphen wees aanvankelijk uit dat de kans op hart- en vaatziekten werd verkleind naarmate men meer vis at. Vis bevat namelijk onverzadigde vetzuren dat bijdraagt aan het remmen van de samenklontering van bloedplaatjes. Deze vetzuren hebben echter tegelijkertijd een negatieve invloed op een van nature in het bloed voorkomende stof, die stollingen in het bloed juist al remt. De twijfels zijn recentelijk bevestigd door Dr. Rian van Houwelingen. Zij deed vervolgonderzoeken op de Zutphen-studie, maar dan mèt kontrolegroepen. Zij vond geen positieve effekten van het eten van vis op bloeddruk en cholesterolgehalte. Wel was er een lager gehalte in het bloed van een bepaalde vetsoort (triglyceriden), maar men is het niet eens over de betekenis die daaraan mag worden toegekend. Positieve effekten op de gezondheid sluit ze niet uit, maar ze weet wel dat je alleen van geregeld vis eten, beslist geen wonderen mag verwachten voor hart en bloedvaten.

RAUWE VIS

Onderzoeken bij 'natuurvolken' geven aanwijzingen dat vis zeker niet slecht hòeft te zijn. Maar dan spreken we inderdaad over heel andere voedselpatronen, andere bereidingswijzen (rauw bijvoorbeeld) en over heel andere vis.

Twijfels dus. Kleine hoeveelheden zullen waarschijnlijk geen kwaad doen, maar geven toch een groter risiko in verband met de moeilijk te kontroleren schadelijke verontreinigingen.

MEDELEVEN

De twee mogelijk meest schadelijke effekten rond vis, zijn de volgende:

- Het geloof in de twijfelachtige gezondheidsvoordelen van vis, houdt mensen af van een werkelijk zinnige bijstelling van de voeding. Dit wordt versterkt door de kommercie rond visolie e.d..

- De meestal volstrekt onnodige en genadeloze uitbuiting door de mens van medeschepselen als vissen, schept geen sfeer van medeleven. Daarmee lijkt het de groei van een wereld waarin eerlijk delen en geluk centraal staan, te vertragen.

LITERATUUR o.a.:
* Ahimsa, Vol.29 nr.3, 4 (1988), Vol.30 nr.1 (1989); * Landbouwkundig Tijdschrift 101 (1989); * De Alternatieve Konsumentengids 6 (1988), 1 (1989); * Br.J. Cancer 44 (1981): 332; * Vrij Nederland 33 (1986): 1; * New Scientist 22 april (1989): 52; 29 april (1989): 54; * Lekker Dier 1 (1989): 10;
* en vele krante-artikelen