Etiketten lezen voor veganisten: voedingsproducten

Het is handig als je in de supermarkt snel je weg weet te vinden. Je vindt op Vegan Wiki een opsomming van veel producten, maar het is ook fijn als je zelf producten kan herkennen. Met deze tips leer je hoe je in een oogwenk kan herkennen of een voedingsproduct geschikt is voor veganisten. Je let in de eerste plaats op de ingrediënten. Daarnaast let je op de manier waarop een product geproduceerd is.

1. Ingrediënten

Het belangrijkste om te controleren zijn de ingrediënten. Ingrediënten zijn stoffen die tijdens de bereiding van een product gebruikt zijn, en onderdeel uitmaken van de samenstelling van het eindproduct. De ingrediënten van een product staan op een ingrediëntenlijst vermeld. In voeding zijn de belangrijkste dierlijke ingrediënten: melkei, (boter)vet, kippenei-eiwit, wei(poeder) en lactose. Dit zijn tevens allergenen en moeten verplicht dikgedrukt of in blokletters vermeld zijn voor mensen die allergisch reageren op deze stoffen. Andere veel voorkomende dierlijke ingrediënten die niet als wettelijke allergenen worden beschouwd zijn honinggelatine en vleesextract/bouillon.

Let op: het opschrift plantaardig geeft geen garantie dat het product volledig plantaardig is. Het zegt enkel dat het grotendeels plantaardig is. Dit verschijnsel vind je vooral bij ‘plantaardige’ margarines die een kleine hoeveelheid vitamine D3 uit schapenwolvet bevatten. Staat er 100% plantaardig dat is het wél volledig plantaardig.

Additieven (E-nummers)

Sommige ingrediënten op de ingrediëntendeclaratie zijn technische additieven. In de meeste gevallen maken additieven maar een zeer klein onderdeel uit van het product. Fabrikanten mogen additieven aanduiden met een E-nummer of met een uitgeschreven naam. Veelvoorkomende dierlijke additieven zijn karmijnrood (E120), bijenwas (E901) en schellak (E904). De meeste veganisten vermijden ook dierlijke additieven. Op de Lijst van E-nummers kan je zien welke mogelijk dierlijk zijn.

Aroma’s

De bestanddelen van samengestelde ingrediënten zoals aroma hoeven wettelijk niet gespecificeerd te zijn als het ingrediënt minder dan 0,2% van het product uitmaakt. Om zeker te weten of een aroma dierlijke ingrediënten bevat, moet dat worden nagevraagd bij de producent. Lees hier meer over aroma’s.

2. Hulpstoffen

Hulpstoffen zijn stoffen die tijdens de bereiding van een product gebruikt zijn, maar geen functie meer hebben of geen onderdeel meer uitmaken van het eindproduct. Voorbeelden hiervan zijn L-cysteïne in brood en gelatine die gebruikt wordt om dranken mee te klaren. Deze stoffen worden helaas niet vermeldt op de ingrediëntendeclaratie. Of er dierlijke hulpstoffen zijn gebruikt, kan worden nagevraagd bij de producent.

Hoe zit het met sporen? 

Op de ingrediëntenlijst kan staan dat het product mogelijk sporen bevat van een bepaalde stof. Dit betekent dat het niet in de productielijn voor dit product wordt gebruikt, maar dat er wel kruisbesmetting plaats kan vinden. Meestal omdat een machine ook gebruikt wordt voor het produceren van andere producten. Producenten geven deze verklaring af om zich in te dekken bij eventuele kruisbesmetting. Mensen die last hebben van een allergie tegen bepaalde stoffen, vermijden die producten vaak. Omdat er niet meer dieren zijn gebruikt voor de productie van het product, is toevallige kruisbesmetting in principe geen probleem. Een veganist kan om strategische redenen er wel voor kiezen om een product te kopen dat uit een fabriek komt waar geen dierlijke ingrediënten worden gebruikt. Lees hier meer over sporen.