Mensen worden geclassificeerd als omnivoor. Dit betekent dat we zowel van plantaardige als dierlijke bronnen kunnen eten. Het betekent echter niet dat we ons móeten voeden met wat afkomstig is van dieren om gezond te leven. Het is lastig om exact aan te geven wat onze voorouders aten. Plantaardig materiaal verteert namelijk snel. Wetenschappers zijn het er in ieder geval over eens dat we net als de primaten, waar de mens ook van afstamt, voornamelijk plantaardig aten. Het dieet bestond vooral uit fruit, noten, bladeren, wat insecten en bij hoge uitzondering een klein dier (zoals een vogel), vergelijkbaar met het dieet van de hedendaagse chimpansee6. Als we helemaal teruggaan naar 66 miljoen jaar geleden was onze voorouder een knaagdierachtige.4,5
 
Ons brein
Doordat onderzoekers vooral dierlijke resten (denk aan gefossiliseerde botten) konden terugvinden, dachten we lang dat de vroege mens het grote brein vooral te danken had aan het eten van andere dieren. Wetenschappers bleven echter met een grote vraag zitten: hoe kon ons brein zo groeien als onze voorouders vooral dierlijk aten? Ons brein heeft namelijk suikers (glucose) als energiebron nodig en vlees is daar een slechte bron voor. Uit recenter onderzoek blijkt dat zowel de vroege mensen als Neanderthalers in de mond al enzymen hadden die zetmeel omzetten in suikers. Dit duidt er op dat de gezamenlijke voorouder, minsten 600.000 jaar geleden, vooral plantaardige, zetmeelrijke voeding at.¹ Het verklaart goed waarom tussen 800.000 en 200.000 jaar geleden het menselijk brein snel groeide in volume.

Onze tanden 
Een populaire mythe zegt dat we onze hoektanden hebben om stukken vlees mee af te scheuren. In werkelijkheid lijkt ons gebit totaal niet op dat van een carnivoor (vleeseter). De hoektanden zijn bij mannen groter. Onze verre voorouders gebruikten de tanden vaker in een gevecht en hadden deze hoektanden vooral om anderen af te schrikken.² Bij mensen zijn de hoektanden steeds kleiner geworden. Naast de hoektanden, hebben mensen vooral maalkiezen net zoals herbivoren (planteneters) die hebben hebben.

Onze spijsvertering
Ons spijsverteringsstelsel is niet erg geschikt voor het verteren van rauw vlees. Doordat ons darmstelsel langer is dan bij dieren die vooral vlees eten, krijgt rauw vlees in de darmen kans om te ontbinden, wat negatieve effecten kan hebben. Ook zijn de maagzuren bij mensen veel minder zuur dan bij carnivoren en meer passend bij het verteren van voorgekauwd plantaardig eten. Pas door het koken kon vlees beter verteerd worden door onze spijsvertering. Europese mensen hebben pas sinds de domesticatie van runderen, 10.000 jaar geleden, een gen om ook na de zoogtijd de melksuikers in melk te kunnen verteren. 68 procent van de hedendaagse wereldbevolking is lactose-intolerant of heeft moeite met het verteren van zuivelproducten.³