Vandaag opent het jachtseizoen op hazen, duiven en fazanten. Duizenden van deze dieren zullen komende maanden worden gedood, zogenaamd in het belang van de natuur. Maar wat houdt jacht in Nederland eigenlijk in? Wie beslist welke dieren worden gedood? Waarom gebeurt het? En is het terecht? (Spoiler: nee!)

Jagers-verzamelaars, landbouw en de supermarkt

Mensen zijn niet de enige dieren die andere dieren doden. In vrijwel elk ecosysteem komt predatie voor. Wolven jagen op herten, spinnen op vliegen en haaien op kleinere vissen. Predatie is een natuurlijk onderdeel van de dynamiek tussen soorten. Ook onze menselijke voorouders leefden lange tijd als jagers-verzamelaars. Dat veranderde pas ongeveer 12.000 jaar geleden: toen ontstond de landbouw langs de rivieren de Eufraat en de Tigris (in wat nu Irak en Syrië zijn). Mensen stopten met rondtrekken en gingen op vruchtbare plekken gewassen verbouwen. Ook begonnen mensen dieren in gevangenschap te houden voor arbeid en consumptie. Zo’n 7.000 jaar geleden bereikte deze verandering ook Nederland. De landbouw veranderde de relatie van de mens met wilde dieren. Dieren die gewassen aten of ‘veedieren’ bedreigden, werden nu gezien als concurrenten. Inmiddels is de gemiddelde Nederlander ook ver af komen te staan van de landbouw en de dieren die daarin worden gebruikt. De meeste Nederlanders halen hun eten niet meer uit de vrije natuur of van de boerderij, maar uit de supermarkt. De menselijke voedselketen lijkt daardoor niet meer op die van onze voorouders, voor wie jacht ooit noodzakelijk was om te overleven.

Van adellijk privilege naar instrument van de overheid

Ondanks de overgang van jagen-verzamelen naar landbouw bleef de jacht bestaan, voornamelijk als statussymbool en vorm van recreatie. Eeuwenlang was jagen vooral een voorrecht van de adel en andere grondbezitters. Jachtrechten waren verbonden aan bezit en sociale status. Naarmate de overheid meer invloed kreeg op natuurbeheer, ontstond er een uitgebreid systeem van vergunningen, regels en beschermde soorten. Tegenwoordig wordt de jacht niet alleen ingezet als traditionele vorm van recreatie: het wordt ook gezien als een legitiem instrument van de overheid om natuur te beheren, verkeersveiligheid te verbeteren of schade aan landbouwgewassen te verminderen. Die verschillende redenen hebben een belangrijke rol gespeeld in hoe het huidige jachtbeleid in Nederland is ontstaan.

Het verschil tussen jacht en ‘jacht’

Wanneer we over jacht spreken, bedoelen we meestal het doden van wilde zoogdieren en vogels op het land. De ‘plezierjacht’ is in Nederland toegestaan op vijf diersoorten: hazen, konijnen, fazanten, wilde eenden en houtduiven. Deze soorten vormen samen de zogenaamde wildlijst. Er zijn specifieke perioden waarin jacht op deze diersoorten is toegestaan. Dat betekent echter niet dat er alleen op deze vijf diersoorten wordt gejaagd: er worden ook dieren gedood in het kader van schadebestrijding en populatiebeheer. In de volksmond heet dat ook jacht, in de juridische zin is het iets anders. In het kader van schadebestrijding worden bijvoorbeeld op verzoek van boeren ganzen gedood die gras eten en daarmee landbouwschade zouden veroorzaken. In het kader van populatiebeheer worden er bijvoorbeeld op de Veluwe jaarlijks honderden herten gedood zodat kuddes niet te groot worden.

Wie beslist er over leven en dood?

Provincies spelen een centrale rol bij de jacht: zij stellen namelijk ‘faunabeheerplannen’ vast. Dat zijn plannen waarin grondeigenaren, terreinbeheerders, boeren en jagers samen bepalen hoeveel van welke diersoort ze willen doden. Die plannen worden doorgaans gebaseerd op populatieschattingen, tellingen en voorspellingen over schade of risico’s. Op basis daarvan bepalen provincies welke jachtmethoden ze willen toestaan. Daarnaast zijn waterschappen verantwoordelijk voor de jacht op muskus- en beverratten die op en rond dijken en sloten leven. De schattingen, tellingen en voorspellingen bevatten altijd onzekerheden, maar veel belangrijker zijn de ethische vragen die je hierbij kunt stellen: Wat geeft de mens het recht om te bepalen dat een andere diersoort te veel zou zijn? Is het niet juist de mens die met te veel is? En: is het eerlijk om dieren te doden als ze mensen schade veroorzaken? Veroorzaken mensen andersom niet veel meer schade aan andere dieren?

Twee ganzen die laag over water vliegen.

Jachtmiddelen

Trigger warning: deze paragraaf bevat beschrijvingen van dodingsmethoden.

Bij jagen denken veel mensen vooral aan een geweer, maar de Nederlandse wet staat veel meer zogenaamde ‘jachtmiddelen’ toe. Sommige dieren worden gedood doordat ze in een val of klem terechtkomen. Andere dieren worden levend gevangen in kooien of netten. Daarna breekt een jager de nek van het dier met zijn handen of slaat hij het dier dood met een stok. De jacht op ganzen gaat in zulke grote hoeveelheden dat deze dieren gevangen worden en daarna vergast worden in een gaskamer. Bij bepaalde vormen van jacht is er sprake van dubbel dierenleed, omdat er ook andere dieren voor worden misbruikt. Zo worden er jachthonden, roofvogels (zoals haviken en valken) en fretten gebruikt om prooidieren op te sporen, te doden of hun lijk naar de jager te brengen. Bij de jacht op sommige vogels worden levende dieren, die door jagers in gevangenschap worden gehouden, gebruikt om hun soortgenoten te lokken, zodat jagers deze vervolgens kunnen doden. Dit gebeurt vooral met eenden, duiven en ganzen.

28.000 jagers versus 1.500.000 dieren

Nederland telt zo’n 28.000 jagers (mensen met een jachtakte). Jaarlijks doden zij tussen de één en twee miljoen in vrijheid levende dieren. Complete cijfers over de jacht in heel Nederland zijn moeilijk te vinden. Ganzen vormen verreweg de grootste groep slachtoffers. Daarnaast worden er onder meer herten, konijnen en eenden gedood. De reguliere jacht op de vijf diersoorten van de wildlijst vormt slechts een deel van de totale jacht. De jacht in het kader van schadebestrijding en populatiebeheer is in de praktijk veel omvangrijker. Onderstaande infographic (door Annelot Meines, voor de NVV) geeft je een indruk van de omvang van de jacht in Nederland.

Een infographic over de jacht met de titel 'slachtoffers van de jacht in 2025'. Daaronder staat wilde dieren: 938.615. Vervolgens staan er icoontjes van verschillende diersoorten met daarnaast het aantal slachtoffers, namelijk: 420.800 ganzen, 135.701 kraaiachtigen, 109.771 duiven, 89.028 eenden, 87.813 haasachtigen, 39.496 knaagdieren, 24.451 herten, 15.539 fazanten, 9.282 vossen, 4.696 zwijnen, 513 zwanen, 325 parkieten, 225 katten, 221 marters, 185 bevers, 171 spreeuwen, 147 wasberen, 132 wasbeerhonden, 82 mussen, 7 meerkoeten, 3 mollen. Daaronder staat in het klein de volgende disclaimer. Cijfers uit jaarverslagen van provinciale faunabeheereenheden. Totaal per diersoort, ongeacht juridische grondslag. Meest recente jaar beschikbaar. Afhankelijk van de FBE is de basis kalenderjaar of jachtseizoen (1 april t/m 30 mei). Bron voor de jaarverslagen is zelfregistratie door jagers. Uiteindelijk betreft dit een schatting. Daadwerkelijke slachtoffers liggen hoger. Niet meegenomen zijn dieren die gewond raken en later aan die verwondingen overlijden en sommige kleine diersoorten (bv. muizen) waarvoor registratie niet verplicht is.

Infographic: Annelot Meines

De mythe van de hongersnood

Een veelgehoord argument voor jacht is dat dieren zonder menselijke ingrepen massaal zouden verhongeren. Omdat grote roofdieren in Nederland grotendeels verdwenen zijn, zou de mens hun rol moeten overnemen. Ecologen wijzen er echter op dat populaties niet onbeperkt blijven groeien. Voedselbeschikbaarheid, ziekte, weersomstandigheden, territoriumvorming en voortplantingssucces beïnvloeden voortdurend het aantal dieren in een gebied. Dat betekent niet dat hongersnood nooit voorkomt. In de natuur sterven dieren regelmatig door voedseltekort, ziekte of ouderdom. Maar dat betekent niet automatisch dat jagen noodzakelijk is. Sterfte maakt deel uit van natuurlijke ecosystemen, net zoals geboorte. Bovendien verstoort de jacht ook de natuurlijke leeftijdsopbouw en sociale structuur binnen populaties. Sommige dieren gaan zich juist extra voortplanten als ze veel bejaagd worden.

De grote boze wolf

De afwezigheid van grote roofdieren wordt dus gebruikt als argument voor jacht: de jagers zouden hun rol in het ecosysteem op zich nemen. Sinds de terugkeer van de wolf is dat argument minder vanzelfsprekend geworden (en ook de lynx is al in grensregio’s gespot). Wolven eten onder andere herten en wilde zwijnen en vormen daarmee een belangrijke schakel in het ecosysteem. Opvallend genoeg klinkt nu juist ook vanuit jachtclubs de roep om ook de wolf te mogen bejagen. Dat plaatst vraagtekens bij de oprechtheid van het argument over de zorg voor ecosystemen van jagers is. Zodra een natuurlijke predator concurreert met de jager, blijkt dat roofdier niet zo welkom.

Een hert in een bosgebied, die schuchter van achter de takken naar de camera kijkt.

De Oostvaardersplassen

Weinig natuurgebieden hebben zoveel discussie opgeroepen als de Oostvaardersplassen in Flevoland. In dit gebied leven grote grazers zoals konikpaarden, heckrunderen en edelherten. Tijdens strenge winters stierven er regelmatig dieren door voedseltekort. Beelden daarvan leidden tot felle maatschappelijke discussies. Voorstanders zagen natuurlijke processen aan het werk, terwijl tegenstanders het dierenleed onacceptabel vonden. Uiteindelijk heeft de provincie ervoor gekozen om dieren bij te voeren en het ‘teveel’ dood te laten schieten door jagers. De Oostvaardersplassen worden vaak als bewijs aangevoerd dat menselijke ingrijpen in de vorm van jagen noodzakelijk zou zijn. Maar dat is de wereld op zijn kop: de mens heeft deze dieren naar dit natuurgebied gebracht en daar hekken omheen gezet. Daardoor kunnen er geen roofdieren naar binnen en kunnen de grazers er niet uit. De enigen die wel naar binnen en buiten kunnen, zijn de jagers: zij maken daar gretig gebruik van.

Landbouwschade en verkeersveiligheid

Naast populatiebeheer, wijzen voorstanders van jacht vaak op landbouwschade en verkeersveiligheid als redenen waarom jagen nuttig is voor de maatschappij. Dit zijn in zekere zin reële problemen. In vrijheid levende dieren kunnen inderdaad gewassen opeten. Maar we moeten eerlijk zijn over wie precies dit probleem heeft veroorzaakt: de mens heeft natuurgebieden, waar in vrijheid levende dieren hun eten vandaan haalden, massaal gesloopt en vervangen door akkers en weilanden: valt het dieren aan te rekenen dat ze hun voedsel nu van die akkers en weilanden halen? En ja, aanrijdingen met grote zoogdieren kunnen gevaarlijk zijn voor mensen. Maar diezelfde aanrijdingen zijn natuurlijk nog veel gevaarlijker voor de dieren die door onze auto’s worden geraakt. En bovendien: wie heeft er eigenlijk wegen door leefgebieden van dieren aangelegd?

Ten slotte

Dit artikel omschrijft de gangbare praktijk van de jacht in Nederland. Daarnaast zijn er ook nog veel misstanden. Het artikel is bewust zakelijk geschreven, om de gruwelijke realiteit van de jacht in Nederland niet te hard te laten binnenkomen bij de lezer. Maar uiteindelijk gaat het niet om feiten, cijfers en regels: elk gedood dier was een uniek individu met één enkel leven dat door een jager is ontnomen. Gelukkig zijn er organisaties als Animal Rights en Fauna4Life die strijden tegen de jacht. Dat doen ze met rechtszaken, demonstraties en publieksvoorlichting. Zij vinden de Nederlandse Vereniging voor Veganisme aan hun zijde.

Een groepje herten in een grasgebied aan de rand van een bos. Eén hert kijkt op richting de camera, terwijl de rest graast.