Vleesopvolgers (‘vleesvervangers’) zijn producten van bijvoorbeeld soja, erwten of seitan die qua uiterlijk, smaak en beleving een imitatie van een vleesproduct nastreven.

Deze producten zijn vooral bedoeld voor wie de ervaring van een vleesproduct in de maaltijd mist. Tempeh en tofu zijn in principe geen vleesopvolgers, maar worden wel vaak gebruikt in plaats van vlees. Naast vleesopvolgers zijn er ook andere eiwitbronnen.1,5

Zijn vleesopvolgers gezond?

Uit onderzoek blijkt dat vleesopvolgers vaak gezonder zijn dan conventioneel vlees. Ze bevatten onder andere meer verschillende voedingsstoffen.7 Ook blijkt uit onderzoek dat stofjes die het risico op hart- en vaatziekten verhogen (TMAO en LDL), significant minder aanwezig zijn in plantaardige vleesopvolgers ten opzichte van vlees gemaakt van dieren.6

De Consumentenbond geeft aan: “De meeste vleesvervangers zijn een goed alternatief voor vleesproducten. Vooral de soorten die op basis van soja gemaakt zijn. Vleesopvolgers bevatten vaak veel eiwitten. Ook zijn de belangrijkste vitaminen en mineralen die je normaal gesproken via vlees binnenkrijgt, in veel gevallen toegevoegd.”2 Aan de andere kant bevatten sommige vleesopvolgers wel veel zout. Het Voedingscentrum raadt aan bij vleesopvolgers erop te letten dat het product minder dan 1,1 gram zout heeft per 100 gram. Het Voedingscentrum ziet vlees en vleesopvolgers als producten die wekelijks gegeten worden, niet dagelijks. Een gezonde keuze is om als eiwitbron vooral peulvruchten te eten, zoals bonen, kikkererwten en linzen als eiwitbron. Wie voor het gezondste plantaardige dieet gaat, kiest voor onbewerkt plantaardig.

Zijn vleesopvolgers duurder?

Sinds 2022 zijn vleesopvolgers vaker goedkoper dan vlees gemaakt van dieren.8 De verwachting is dat vleesopvolgers nog veel goedkoper gaan worden. Met de groei van de markt voor vleesopvolgers kunnen de administratie- en marketingkosten over de toenemende productie worden verdeeld.3 Ook kan het prijsverschil met dierlijke producten groter worden als de subsidies die houders van tot vee gemaakte dieren nu ontvangen, afgebouwd worden. Als je kijkt naar de maatschappelijke kosten, zijn vleesopvolgers nog veel goedkoper. Voor de productie van één dierlijke hamburger is ongeveer zes maal zoveel soja en tarwe nodig als voor één plantaardige hamburger.

Waarom lijken vleesopvolgers op vlees?

Mensen die geen dieren willen eten, vinden het prettig als ze hetzelfde kunnen blijven eten, maar dan met andere ingrediënten. Ze kunnen dan op dezelfde wijze hun maaltijd samenstellen en dicht bij de bekende smaken, vormen en gewoonten blijven. Omgekeerd kan je je afvragen waarom vlees dat gemaakt is van dieren niet op het dier lijkt. Het wordt meestal verkocht in een vorm waarbij de herkomst onherkenbaar is: denk aan worsten, burgers of nuggets. De meeste mensen vinden het helemaal niet prettig om herinnerd te worden dat het product van een dier is gemaakt.

Bronnen