’s Nachts droomt ze van nieuwe recepten, overdag bouwt ze verder aan haar onderneming. Traiënne Watson (40) is het gezicht achter Trai Vegan, bekend om haar plantaardige kookworkshops. Tijdens de NLVegan Fair op 19 september in Rotterdam vertelt ze over haar persoonlijke reis naar veganisme onder de titel Mijn roots, mijn keuzes, mijn missie. Tijd om haar alvast wat beter te leren kennen.
Een van de eerste dingen die opvalt in een gesprek met Trai, is dat ze graag haar eigen koers vaart. Misschien heeft ze dat van haar moeder, die haar al op jonge leeftijd grotendeels zonder vlees opvoedde. “Mijn moeder wilde haar kinderen eigenlijk zonder dierlijke producten opvoeden. Maar ze zag op tegen de reacties van haar moeder en de rest van de familie. Daarom besloot ze ons nog wel vis te geven.”
“In die tijd leefde, zeker binnen de Surinaamse gemeenschap, sterk het idee dat kinderen vlees nodig hadden om gezond op te groeien. Mijn moeder kreeg dat dan ook regelmatig te horen. Maar als zij ergens in gelooft, laat ze zich niet zomaar van haar stuk brengen. En kijk, ik ben er nog steeds, gezond en wel!”
“Tot ik naar de koksopleiding ging, heb ik eigenlijk nooit gemerkt dat het bijzonder was om geen vlees te eten. Maar ik koos voor een opleiding die volledig gericht was op de klassieke Franse keuken. En daar draait veel om vlees en vis. Pas toen dacht ik: shit, hier kom ik echt niet onderuit. We leerden fileren, snijden en allerlei bereidingen met vlees en vis. We moesten de gerechten ook zelf proeven. Dat heb ik gedaan, maar juist daardoor wist ik steeds zekerder: dit wil ik later ook maken, maar dan zonder vlees. Toen ik diverse koksopleidingen had afgerond, besloot ik ook geen vis meer te eten en werd ik vegetariër. Ik vond het altijd al zielig, maar dat gevoel kon ik eerder nog niet echt plaatsen.”
Hoe ging je van vegetariër naar vegan?
“Ik was zwanger van mijn zoon en opeens merkte ik iets heel bijzonders aan mezelf. Ik voelde heel sterk: ik wil eigenlijk niets meer eten waarvoor een andere moeder haar kind heeft moeten afstaan. Dat gevoel kwam heel onverwacht en ik had geen idee wat het betekende of waar het vandaan kwam. Ik ben gaan googlen: hoe heet dit? Wat is dit? En zo kwam ik voor het eerst uit bij veganisme.”
Op welke manier heeft je Surinaamse achtergrond je keuzes beïnvloed?
“Natuurlijk heeft mijn Surinaamse achtergrond me gevormd, maar minstens zo belangrijk waren de Rotterdamse wijken waar ik ben opgegroeid: Crooswijk, Kralingen en het Oude Noorden. Mijn moeder was nog jong toen ze mij kreeg en opvoeden deed je daar eigenlijk samen. Daardoor stond ik als kind net zo makkelijk in de keuken bij de Marokkaanse als bij de Portugese buurvrouw.”
“Mensen vragen me vaak waarom mijn workshops zoveel verschillende wereldkeukens omvatten. Dat komt doordat ik overal mocht meekijken en meehelpen. Zo leerde ik al jong koken op gevoel: een beetje zout, een beetje zuur, een beetje zoet en vooral veel proeven. Dat zit er nog steeds in. Ik droom regelmatig over nieuwe recepten en heb zelfs een notitieboekje naast mijn bed liggen voor ideeën die ’s nachts binnenkomen.”
“Tijdens mijn workshops wil ik mensen laten ervaren dat je je cultuur en tradities helemaal niet hoeft los te laten als je plantaardig gaat eten. Eten draait voor veel mensen om herinneringen, familie en samen aan tafel zitten, niet om het stukje vlees op je bord. Als je weet hoe je ingrediënten kunt vervangen, kun je die vertrouwde gerechten gewoon blijven maken. Dat is precies wat ik mensen tijdens mijn workshops wil meegeven.”
Waarom is dat volgens jou juist bij traditionele keukens zo belangrijk?
“In veel culturen draait eten om veel meer dan alleen de maaltijd. Er wordt samen gekookt, recepten worden van generatie op generatie doorgegeven en er ontstaan herinneringen aan de keukentafel. Dat geldt ook voor de Surinaamse keuken waarin ik ben opgegroeid. Daarom denken veel mensen dat ze hun cultuur verliezen als ze plantaardig gaan eten.”
“Maar ik geloof juist het tegenovergestelde. Je hoeft die herinneringen niet los te laten. Je hoeft alleen anders te leren koken. Als je weet hoe je smaken en structuren kunt vervangen, kun je nog steeds samen genieten van de gerechten waarmee je bent opgegroeid.”
Je hebt zo’n uitgebreide achtergrond in koken. Toch begon je niet meteen met Trai Vegan.
“Nee. Nadat ik verschillende koksopleidingen had afgerond, dacht ik: wat als ik later niet meer in de horeca kan werken? Daarom ben ik economie gaan studeren. Dat voelde als een verstandige back-up.”
“Na mijn studie kwam ik terecht in de consultancy. Ik had een goed salaris, een huis en een auto. Van buitenaf leek alles te kloppen. Maar eigenlijk was ik steeds verder verwijderd geraakt van wat ik écht leuk vond. Een baan als consultant was mijn plan B, maar ik vergat mijn plan A.”
“Na een burn-out besloot ik het roer om te gooien. Ik besloot dat ik werk wilde doen dat beter aansloot bij mijn eigen waarden. Daarom ging ik aan de slag bij The Colour Kitchen (een Nederlands sociaal horeca- en cateringsbedrijf dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt opleidt en begeleidt tot horecaprofessionals, red.). Daar begon het weer te kriebelen. Op een dag nam ik ontslag. Ik voelde twee dingen heel zeker: ik wilde nooit meer voor een werkgever werken én ik wilde weer iets met eten doen. Hoe precies, dat wist ik toen nog niet.”
“Ik begon met het verkopen van vegan afhaalmaaltijden vanuit huis. Mensen vonden het lekker en stelden steeds dezelfde vraag: ‘Als dit geen vlees is, wat is het dan? En hoe maak ik dit zelf?’ Die vragen vormden uiteindelijk de basis van Trai Vegan.”
Je onderneming is ontzettend gegroeid. Mis je het zelf koken niet?
“Nee, eigenlijk helemaal niet. Dat vinden mensen altijd verrassend, maar ik hou helemaal niet zo van koken. Ik vind het leuk om recepten te ontwikkelen, nieuwe concepten te bedenken en iets vanaf nul op te bouwen. Dát is waar ik energie van krijg.”
“In het begin deed ik alles zelf: koken, recepten ontwikkelen, workshops geven, administratie… noem maar op. Inmiddels weet ik veel beter waar mijn kracht ligt. Dingen waar anderen beter in zijn dan ik, besteed ik met liefde uit. Daardoor kan ik doen waar ik het gelukkigst van word: bouwen aan Trai Vegan, nieuwe ideeën bedenken en samen met mijn team mensen inspireren.”
Naast Trai Vegan ben je ook de oprichter van Trai WORKS. Hoe is dat ontstaan?
“Eigenlijk heel vanzelfsprekend. Gastvrijheid loopt al mijn hele leven als een rode draad door alles wat ik doe. Met Trai WORKS wilde ik een plek creëren waar mensen graag samenkomen. Een vergaderlocatie waar het niet alleen draait om goede faciliteiten, maar ook om sfeer, aandacht en natuurlijk lekker eten.”
“Het mooie is dat we daar ook weer een heel andere doelgroep bereiken. Mensen komen niet speciaal voor plantaardig eten, maar voor een vergadering, training of teamdag. Ondertussen drinken ze cappuccino met havermelk, eten ze plantaardige taart en lunchen ze volledig vegan. Vaak realiseren ze zich pas aan het einde van de dag dat ze helemaal niets hebben gemist.”
Hoe probeer je met jouw bedrijven mensen tot veganisme te inspireren?
“Ik wil mensen vooral nieuwsgierig maken. Niet door te vertellen wat ze wel of niet zouden moeten eten, maar door ze te laten ontdekken hoe lekker, toegankelijk en verrassend plantaardig eten kan zijn. Als iemand na een workshop of lunch naar huis gaat en denkt: hé, dit was eigenlijk ontzettend lekker, dan is dat veel krachtiger dan welke discussie dan ook.”
“Bij Trai Vegan gebruiken we bewust ingrediënten die je voornamelijk in de supermarkt kunt kopen. Ik wil dat mensen ontdekken dat plantaardig koken helemaal niet ingewikkeld hoeft te zijn en dat ze hun favoriete gerechten én hun culturele keuken gewoon kunnen blijven maken.”
“Ik geloof niet dat je mensen verandert door ze te vertellen wat ze moeten doen. Ik geloof dat je mensen verandert door ze iets te laten ervaren.”





